Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 338

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 338

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

ZITTING 1902—1903.

336

Interpellatiën-Mees en Troelstra, betreffende de werkstaking op 31 Januari j.I. en hare gevolgen.

Vergadering van

Maart

10

Mijnheer de Voorzitter! Beide interpellatiën

1903.

zijn gericht tot

oorloven, namens de Regeering beide interpellatiën

daaraan voorafgaan een tweetal opmerkingen.

laat

de Regee-

een met name genoemden Minister; daarom ga ik mij ver-

ring, niet tot

te

beantwoorden. Ik

In de eerste plaats,

moeten te gemoet komen aan zeker verlangen naar inlichtingen, hetgeen ik nu zeggen ga weinig anders zal kunnen wezen dan aanvulling van het toen reeds

waar de Regeering

dat,

En

verklaarde.

in

de tweede

in

Regeering begonnen, haar als

terwille harer

zij

staat

keeren, niet zeggen kan, te

de

plaats, dat

niet vrijlaat

eigen positie het

wanneer men

men,

die

haar verklaring meende

in

om

in het

land tegen de

zoo onbelemmerd

liefst

de

strijd,

te

zou doen.

Er

waarin

wij

positie,

te

spreken

zijn dingen,

thans

ver-

zonder de belangen van den Staat in gevaar

brengen. Ik

kom nu

de eerste plaats

in

geachte spreker heeft erkend,

te

gaan

te

weten, dat

door

is

,

dat

ten volle

hij zij

de interpellatie van dr. Mees. Deze en ik behoef daarop dus niet verder in

tot

aanneemt wat de Regeering verklaard

heeft,

op het oogenblik, dat de staking uitbrak, daar geheel

overvallen, en dat

bij

mededeeling was ingekomen.

niet eenig

Maar

Departement daaromtrent eenige

die

geachte spreker meende toch

moeten aandringen op beantwoording van deze vraag, of er niets geweest was, waardoor de Regeering weten kon, dat er zulk eene gisting en woeling in Amsterdam bestond en dat er eene staking op ander terrein was te wachten, die allicht zou kunnen overslaan op het te

spoorwegpersoneel.

De

geachte spreker heeft daarbij gewezen op drie momenten, die ik

elk afzonderlijk bespreken ga. In de eerste plaats wees de geachte spreker er op, dat door professor Treub van Amsterdam in de dagbladen mededeeling is gedaan van eene audiëntie bij den Minister van Binnenlandsche Zaken, waarbij een van de heeren van het Blauwhoedenveem de Regéering zou zijn komen inlichten en met de Regeering zou gesproken hebben. Ik moet al aan-

stonds beslist weigeren, over dergelijke besprekingen, gevoerd audiëntie, mij

omstandig

uit te laten, gelijk ik het in

bij

eene

professor Treub niet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 338

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's