Parlementaire redevoeringen - pagina 518
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
516
stellende deelen stemrecht behoort te erlangen.
van een „frisscher geest"
in
's
Of
dit
tot het
opkomen
lands bestuur zou leiden, blijve buiten beoor-
Hoofdvraag is maar, of bij het uitwaaien van dien frisscheren wind het scheepke van Staat in veiliger haven zou komen, dan wel in Ook bij schipbreuk kan het frisch zijn. schipbreuk zou ondergaan. Met „sommige andere leden" is de Regeering van oordeel, dat ambtenaren op politiek gebied met zekere gematigdheid behooren te werk te gaan en zich van geruchtmakende propaganda moeten onthouden; dat, „doen zij dit, hun vrijheid van beweging moet worden gelaten"; en dat bij het beperken van deze vrijheid steeds met „omzichtigheid" de Regeering voegt er zelfs bij met groote omzichtigheid te werk behoort te worden gegaan. Van de zijde dier leden zal intusschen worden toegegeven, dat, ook al wordt de positie der ambtenaren wettelijk geregeld, de conclusie, waartoe men in elk gegeven geval moet komen, bijna geheel beheerscht wordt door het feitelijke, door het persoonlijke en door het karakter van het ambt. De reactie, die deze leden in zake de benoembaarheid der vrouw tot het burgemeesterlijk en andere gemeenteambten op het spoor meenden te zijn, is evenals de geheel denkbeeldige reactie in zake de eedsquaestie bij de behandeling van het wetsontwerp tot wijziging der Gemeentewet zoo uitvoerig ter sprake gekomen, dat de Regeering ten opzichte van deze twee punten met de herhaling meent te kunnen volstaan, dat in bedoeld wetsontwerp uitsluitend handhaving van het statu quo, wat buiten alle reactie valt, beoogd was. De strafvervolging tegen de verspreiding van de geruchtmakende plaat was noodzakelijk, ten einde de verwildering der geesten, die in zoo gespannen oogenblik van het alzijdig vertoon van zulk een plaat te duchten was, tegen te gaan. Dat zij „enkel tot niet-ontvankelijkdeeling.
—
—
:
verklaring"
Regeering
heeft
democratische
geleid,
als
hare
partij
te
het
is
De
onjuist.
voorstelling eindelijk, alsof de
roeping beschouwde, het land van de sociaalverlossen,
is
te
ongerijmd
om weerspraak
te
kunnen vergen. Partijen vernietigt men niet door Regeeringsmaatregelen. Het Kabinet speurt het gevaar, dat onze toekomst dreigt, dan ook volstrekt
niet uitsluitend in
sociaal-democratie,
maar
de historisch-materialistische beginselen der
veel dieper in de losmaking beide van Overheid
en burgerij van elke hoogere, bovenaardsche die
autoriteit,
eenc losmaking,,
de sociaal-democratie slechts op eigen wijs en met grootere conse-
Dat de sociaal-democratie, zoo men haar slechts troetelt, van zelf in eene parlementaire hervormingspartij zou overgaan, acht de Regeering eene jammerlijke illusie. Van haar rechtervleugel moge dit denkbaar zijn, blijkens de ook elders opgedane ervaring verzet de groep
quentie doorzet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's