Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 382
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
374
2.
Hfst. III. §
HARLESS.
112.
in,
en veroordeelt terecht den theo-
die niet vaststaat
in
de
overtuiging, dat zijne Theologie
de waarlijk Christelijke
is.
Alleen
het onhoudbare hiervan
ziet
loog,
voegt:
er bij
Theologieen
protestirt
„sie
kerkbegrip
Kerken,
aanvaard,
naast
en
ligt
Theologie
als
trekkelijke, zijn
het
feitelijk
als hij
voorzichtig toch uit-
absolute,
d.
Roomsche
i.
en de eigenaardige roeping van
Kerk,
die
aansluiting aan
Zijn
Hoe
als unchristlich erscheint".
wordt hiermee
gedrukt,
gaat weer te ver,
hij
nur gegen das, was ihr an andern
waartoe
andere
we
zelven hooren, miskend.
is
dan ook slechts een be-
Schleiermacher
hoofdzakelijk hierin, dat ook
hij
bepalenden factor laat optreden
de Kerk ;
in
maar, wel
verre van, evenals Schleiermacher, de Theologie uit de practische
behoefte der
Kerk
Kerk
af te leiden, dringt Harless' Theologie in de
haar hart door, en zet
tot
hij
zich tot het onderzoek naar
het wezen en den inhoud van den „christlicher Glauben", in de dat dit geloof tot overtuiging van wezenlijke waar-
overtuiging,
heid ist
Zoo
leidt.
luidt
dan
zijn definitie
:
„Die christliche Theologie
also die wissenschaftliche Erkenntniss des Glauben s
nach seinem
Grund und Wesen sie geht vom Glauben aus und führt zu ihm zurück" (p. 25). Daar hij zwijgt van den inhoud van dit geloof ;
is
zijn
ook
Theologie
openlijk
uiteraard
subjectief
gelijk hij er
getint,
dan
voor uitkomt., dat „die christliche Religion eine
in
Welt gekommene Wahrheit und Kraft" is, maar die eerst „durch Aneignung in der Erfahrung' gekend wordt; deze „Erfahrung" van de „Wahrheit und Kraft" der Christelijke religie noemt hij „Glaube" en het is de „Erkenntniss" van deze „Erfahrung", die de Theologie zich als haar taak ziet aangewezen die
(p.
24, 25).
tisch
en
Alleen omdat deze „Erfahrung des Glaubens" niet atomis-
voorkomt, maar steeds
dus
een
in
kerkelijk
in
gemeenschap met gelijkgezinden
instituut,
draagt
zijn
Theologie een
kerkelijk karakter. Feitelijk
en
komt
vandaar,
Theologie
dat
uitgaat
waar Schleiermacher stond, de beoordeeling van het organisme der
dus toch weer
hij ln'j
bij
uit,
van de grondgedachte, dat het Christendom
een dubbele geschiedenis heeft, „eine Geschichte seiner Gründung,
und eine Geschichte seiner Verbreitung"
(p.
2
.
:
on
in
zooverre
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's