Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 362

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 362

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

,

ZITTING 1902—1903.

360

wachting van het Voorloopig Verslag, te spreken, dan laat ik hem gaarne zijn parlementaire ideeën, maar dan zeg ik: ik heb ook de mijne. Zoo echter daaruit

hij

dat wij

afleidt,

geweld

willen,

dan

zij

geantwoord,

dat,

gemeen overleg met de Staten-Generaal zal wanneer ik laat nu geheel in het midden in welken zin hebben gehandeld en wanneer dan niet bij hem en degenen, voor wie hij het opnemen wil, het streven zal bestaan om tegen die wettiglijk tot stand gekomen maatregelen van de Overheid in openbaar verzet te komen, er van de zijde van de Regeering natuurlijk van geweld geen sprake zal kunnen Maar wanneer wettiglijk tot stand gekomen besluiten van de zijn. Overheid in Nederland met geweld door hem en de zijnen worden aangetast, dan zal de Regeering haar plicht en haar roeping kennen om Overheid

de

geweld

dat

te

in

,

keeren en

onderdrukken.

te

Handelingen,

Ik moet

Mijnheer de Voorzitter!

den

laatsten spreker, dat ik,

opkomen

door zekere

blz.

972

—974.

tegen de bewering van

tactiek

gedreven, eerst nu een

moment in het debat zou hebben gebracht. De Regeering is in de Kamer verschenen om te antwoorden op interpellaties, tot het doen waarvan de Kamer verlof had gegeven. Namens de Regeering principieel

sprekende, had

heb

gezegd dupliek

ik

tweede

in

van

geen

gedaan,

interpellanten

den

andere

roeping,

beantwoorden, en

te

instantie

geachten

was

niets

afgevaardigde,

dan de vragen, door beide zoo deed

dan een en

waar

ik. Al wat ik antwoord op de

hij

eerst

dupliek die momenten, waarop ik geantwoord heb, aan den

had

hij

niet het recht, te zeggen, dat ik

door op het debat

te

laatst,

als

de

zijn

bracht,

eene zekere tactiek zou volgen,

Kamer vermoeid

is,

nieuwe momenten

in

het

brengen.

Ten tweede veroorloof door

man

in

den

heer

Troelstra,

ik mij dat,

de volgende opmerking.

Beweerd

is

als er nu algemeen stemrecht was, er

Als Kamerlid reeds heb ik er dikwijls op gewezen, dat in Duitschland ook algemeen stemrecht bestaat, en wanneer de heeren de keuze hadden tusschen den toestand in Duitschland en hier, twijfel ik er toch geen oogenblik aan, of zij zouden den

niets

meer

te

klagen zou

zijn.

toestand van hier prefereeren.

Waar gezegd

door den geachten afgevaardigde, dat hij niet heeft gedreigd met geweld, wijs ik nog eens op zijn eigen woorden: „dat de transportarbeiders door te staken de Regeering en de wetgeving moeten is

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 362

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's