Parlementaire redevoeringen - pagina 99
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
VERPLAATSING DER AFDEELING ARBEID. dat de geachte afgevaardigde daaruit zal
kunnen
97
zien, dat zijn grief tegen
van de Kroon ook gebezigd wordt, hier Alles hangt hier af van het standpunt, waarop men zich niet opgaat. plaatst. Waar hij zich beroept op eene vroegere rede van den afgevaardigde uit Sliedrecht, zij het mij vergund, hem eraan te herinneren, dat de uitdrukking, die ten aanzien
door mij
staande gehouden
steeds
is
de tweeheid, waarin
Staten-Generaal tegenover elkander staan. gedeeld, alsof de Staten-Generaal
geroepen
het leven
om
te
heb
Ik
beschouwen waren
de zaken der Regeering beter
als
te
Kroon en de meening
nooit
een college,
in
doen loopen. Ik
heb altoos vastgehouden aan de tweeheid: aan de eene zijde het volk, aan den anderen kant de Kroon. Het is waar, dat, wanneer een wetsontwerp ingediend wordt, dat niet de prerogatieven der Kroon raakt,
algemeene onderwerpen, dikwijls de tegenstelling wegvalt en men verkrijgt gemeen overleg, om te overwegen, wat in het belang van het land het nuttigst is. Maar men vergete niet, dat het hier de uitvoering geldt van art. 77 der Grondwet, dat juist een recht erkent,
maar
slechts
En waar
hetwelk aan de Kroon toekomt.
een
van
Kroon
daar
behoort,
van
toekennen
het
waarvan
recht,
worden
het
mag m. de
gezegd, dan dat
ter zij
initiatief
het geldt de verdere uitvoering
volgens de Grondwet aan
ten aanzien
i.
uitvoering
noodige
naam van
in
van de Staten-Generaal middelen,
niet
de bij
anders
het volk in de uitgave bewil-
kan dan ook niet inzien, dat de uitdrukking „ter wille zijn" zoude wezen, tenzij men zich stelt op een standpunt, waarde verhouding tusschen volk en Kroon wordt opgevat op eene wijze,
ligen.
Ik
inconstitutioneel bij
die ik niet
De
zou kunnen beamen.
heer Lely
is
ten
principale niet tegen de zaak
opgekomen. Hij
wetsontwerp op zich zelf niet van groote beteekenis is. Ook zag hij op zich zelf geen bedenking in het overbrengen van Arbeid naar Binnenlandsche Zaken en van Landbouw naar Waterstaat, omdat die afdeelingen een zeker zelfstandig heeft
m.
i.
terecht
gezegd,
dat
dit
bestaan voeren onder leiding van zeer goede chefs en zoo georganiseerd zijn,
dat,
dezelfde niet
of
zij
blijft.
hier of daar geplaatst worden, de huishoudelijke
Wèl had
opnemen van de Hinderwet onder
aan Binnenlandsche Zaken zal tegen, dat de
ontkende
werking
de geachte afgevaardigde bedenking tegen het
zijn
die wetten,
toevertrouwd.
waarvoor de zorg bezwaar
Hij had er
Hinderwet en de Veiligheidswet werden gescheiden.
niet het principieel
verschil tusschen die wetten, in
Hij
zooverre de
Veiligheidswet behartigde de belangen „ad intra", die der arbeiders, en
de
Hinderwet de belangen
de
omgeving.
Hij
meende
„ad
extra", die van de
echter, dat er
om
omwonenden, van
tweeërlei reden bezwaar
7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's