Parlementaire redevoeringen - pagina 630
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
;
ZITTING 1903—1904.
628
wat er onderwezen moet worden er in te laten groeien, maar ook,, dat het een zeker uiterlijk aanzicht heeft. Daarin schijnt de geachte afgevaardigde met mij te verschillen hij schijnt daarvoor niet veel te gevoelen Het gebouw moet de dien indruk kreeg ik althans uit zijn spreken. is
om
;
uitdrukking zijn van eene zekere waardigheid, die de geheele instelling Hetgeen in Zwitserland in dit opzicht bereikt is, is mijn
aankleeft.
in
kunnen onmogelijk op tegen de weelde van hetgeen men In Zwitserland is men er wonderbaar in toch met zooveel smaak te bouwen, dat het en eenvoudig
Wij
ideaal.
Duitschland gedaan heeft.
geslaagd,
gebouw een goeden en gelukkigen indruk maakt. deden
beter
architecten
met, in
plaats
Ik geloof, dat onze
van naar Berlijn, Weenen en
ook eens kleinere landen te bezoeken, al is het dan ook niet België, waar men ook bij het Palais de Justice en het postkantoor te Brussel weelderig heeft gebouwd, maar veel eer Daar valt wel wat te leeren. Niets is zoo moeilijk voor Zwitserland. een Minister van Binnenlandsche Zaken, als zich een oordeel te vormen Buda-Pesth
gaan,
te
Men is zelf geen architect en geen wat noodig is en wat niet. De natuurlijke adwerktuigkundige en kan dat dus niet beoordeelen.
over
viseurs zijn in zulk een geval de heeren in Delft.
Maar
wij
hebben
ook dan met de de
de
aan
Niet, dat dit altijd helpt,
want
Polytechnische School geen
faculteit niet altijd in
Polytechnische
School
zouden
van ingenieurs en architecten, afgevaardigde
geachte voetje
die
ik
zie
ons nationale leven hooger op
te
geachte
De
gebied.
vermoeden,
dat
ik
Delftsche
hen
afgevaardigde
—
van hebben.
van Delft
bij
De
mij een wit
in,
technisch
dat onze oecono-
ik,
aan onzen achterstand op
hoogleeraren
kunnen dus zeer zeker
krap
zal
houden, maar wanneer de
dat het mijn bedoeling hij
op weelderige
is,
Gaarne
zich geheel.
op bedacht zijn, als de Kamer de gelden toestaat zonder aan het eigenlijke doel te kort te doen. Maar er
maar aan
te wijten is
niet al te
meent,
zelf verstand
de noodzakelijkheid
hen optetreden, vergist
wijze tegenover
gaat,
een curatorium kunnen krijgen
voeren en meen
mische achteruitgang voor een deel technisch
er
curatorium.
juist gezien, dat het
goede harmonie
wij
dat de heeren
denkt,
En zeker
hebben.
Leiden hebben wij
in
— ik
,
te
zal ik
besparen
zou van den
geachten afgevaardigde wel eens gaarne willen weten, hoe
hij meent, dat zou moeten doen. Ik ben nog zoo juist beschuldigd van aanmatiging, maar zou toch niet gaarne in deze mij willen aanmatigen, als expert op te mogen treden. Wanneer ik naar de heeren toega en vraag om hun
ik dit
oordeel,
kan
ik
willen, wijl het
daarna
toch niet zeggen, dat het niet gaat zooals
zij
f20.000 goedkooper moet. Wanneer ik dat deed, zouden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's