Parlementaire redevoeringen - pagina 381
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
DE GEMEENE HEIDEN EN WEIDEN Blaricum
GOOILAND.
IN
379
melden, dat ik nu reeds mijn afkeuring wensch
te
spreken over de door hem genomen
maatregelen, die strekten
gewelddadig brengen van ongebrand vee op de meent
uit
om
te beletten.
te
het
Maat-
waarvan men vooruit weet, dat zij het neerschieten van geweldkunnen hebben, zoo deze zich niet aan het gegeven bevel storen, kunnen, wanneer en zoolang niet-verhindering der geweldregelen,
plegers ten gevolge
pleging
geen ander gevolg zou hebben, dan het brengen van vee
in
onder mijn verantwoordelijkheid nimmer door een beroep
eene weide,
op art. 184 en volgende der Gemeentewet zijn gedekt. In afwachting van den afloop der justitieele instructie, zoo die mocht worden ingesteld, bepaal ik mij voorshands tot deze afkeuring." Wat mij uit het rapport omtrent de feiten was gebleken, is het volgende. De burgemeester van Blaricum was op 29 April door de meentaangezocht,
meesters
politie-assistentie
te
verleenen,
ten
einde
de
bewaren bij den ingang van de meent. De meentmeesters verzochten dit, omdat hun ter oore was gekomen, dat tal van erfgooiers eene poging zouden wagen, vóór den daartoe bestemden dag niet De burgemeester in de meent in te brengen. behoorlijk gebrand vee gekomen. Hij schreef in stemming onrustige was daardoor in eene kon, zijn denken het rapport, dat hij er op dit oogenblik niet aan orde
te
toevlucht
te
nemen
tot
de rijksveldwacht,
wachters zou noodig hebben, terwijl vooruit wist, dat
hij
ze niet
kon
krijgen
wijl hij
dan wel 35 rijksveld-
zooals de zaken toen stonden,
hij, ;
en dat
hij
daarom op grond van
184 van de Gemeentewet krijgsvolk requireerde, naardien hij meende, dat er metterdaad gevaar kon ontstaan voor storing van de openbare orde, indien de andere partij ook opkwam en zich tegen De Vos c.s. art.
verzette.
Ik
geef volkomen
requireeren,
niet
toe,
alleen
maar ook wanneer op
dat art.
184 bevoegdheid
geeft,
krijgsvolk te
wanneer de openbare orde reeds verstoord ernstige
is,
wijze stoornis van de openbare orde
vrees daarvoor hing samen met het gebeurde op 13 April. Het lag in den aard der zaak, dat aanwezigheid in deze gemeente van
dreigt.
eene
De
kolonie,
die
sinds
lang
aanleiding had gegeven tot het
kweeken
van verbitterde stemming, door het gebeurde op 13 April eene nog veel Ook nadat de gewelddadigheden ernstiger beteekenis had gekregen. bleef dan ook de stemming waren, onderdrukt van 13 April tijdelijk zelfs tegenover de kunstongunstig; jegens die kolonie in de gemeente zijn, dreigde men aanwezig schilders, die daar in nog al groot getal soms tot gewelddadigheden te zullen overgaan. Daarom kan ik toegeven, gedat de burgemeester van Blaricum. wetende, dat er eene zoo sterk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's