Parlementaire redevoeringen - pagina 349
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
;
347
INTERPELLATIËN-MEES EN TROELSTRA.
"Wanneer men daarbij neemt het rapport, door den burgemeester bij de Regeering ingezonden, omtrent de gewelddadigiieden, waaraan de stakende arbeiders zich in Amsterdam hadden schuldig gemaakt, de heeren kennen althans een enkelen van die aanvallen, dien tegen den heer Keman, omdat deze voor den rechter behandeld is, maar dergelijke gevallen zijn herhaaldelijk voorgekomen, en zelfs is het gebeurd, dat, waar de politie orde zocht te scheppen, een agent voor den grond werd gegooid en geschopt werd en dat hij niet dan door de komst van meerdere agenten kon worden bevrijd is het dan niet natuurlijk, dat de plaatselijke commandant van Amsterdam, door den burgemeester opgeroepen om militairen bijstand te verleenen, deze stemming van velen onder het volk kennende, en wetende, waartoe men in staat was, niet enkel gevraagd heeft, of het personeel van den spoorweg zich niet in vele opzichten rustig gedroeg, maar begreep, dat er affiniteit en connexi.
—
—
teit
nog
,
bestond tusschen een en ander, en dat het anarchisme, hetwelk, helaas, altoos
Amsterdam
in
broeit,
oogenblik gereed stond
elk
publieke orde op gansch ongewenschte
Ook
is
in
de declaratie gezegd,
nemen
—
—
v/ijze
en
te
om
de
verstoren.
ik herhaal dit,
zonder er een
oproepen der lichtingen gebiedend noodzakelijk was, omdat gedreigd werd met een socialen en politieleen aanval. Met een socialen aanval, gelijk uitgekomen is in het ultimatum
woord van
terug
te
,
dat het
van de gemeentelijke werklieden te Amsterdam, die zich niet ontzagen, om, ter verkrijging van voldoening aan eigen verlangens, desnoods de waterleiding buiten werking te stellen en eene bevolking van 500,000 inwoners een tijdlang te dwingen tot het drinken van water, waarvan zij zelf konden en moesten weten, dat het voor een groot deel met lood en vuil op allerlei wijzen vergiftigd was. Het is gebeurd, dat zelfs dokterskoetsjes zijn aangevallen en dat aan een dokter belet werd, hulp aan zijn zieken te verleenen. Er was een geest losgebroken, die alle gewoon menschelijk gevoel tot zwijgen bracht en eene onheilige woede deed opkomen.
Evenzoo stond men voor eene dat
door den
zijn
volle
interpellant
beteekenis voor
wel
politieke bedreiging
vergoelijkt
de Regeering
is,
blijft
naar
door het manifest, dat
bestaan.
niettemin
in
Wat zou men
van de Regeering wel gezegd hebben, wanneer zij alles had laten gaan wanneer er daarna eens eene reeks van onlusten was uitgebroken, en dan later had gezegd: „wij hadden het zoo erg niet opgevat; wij hadden gedacht, dat het manifest inderhaast was geschreven en hebben er die waarde niet aan gehecht." Men had dan natuurlijk en terecht tot de Regeering gezegd: „gij hebt uw taak en uw roeping indien
zij
niet begrepen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's