Parlementaire redevoeringen - pagina 507
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
Grensregeling Rotterdam die
hij
— Hillegersberg.
505
over de materie van grensregeling ten beste iieeft gegeven. Hij voor de toekomst gesteld, waarvan de beantwoording
heeft daarbij vragen
kan hebben. Intusschen heeft de geachte afgevaardigde Het hij geen antwoord op zijn vragen verlangde. zegt: beneficia non obtruduntur" ik zal mij daarom van
reëele gevolgen zelf
gezegd,
dat
spreekwoord antwoord onthouden.
kop en
De
;
Alleen
zij
mij een kort
woord veroorloofd over
van de rede.
staart
was eene vraag, waarop de geachte afgevaardigde zeker wel een antwoord zal wenschen. Hij heeft gevraagd, of ik mijnerzijds al datgene wilde doen, wat de spoedige afkondiging van dit wetsontwerp zal kunnen bevorderen. Die vraag wil ik gaarne met ja beantwoorden. In den kop lag een zacht verwijt, dat ten deele zelfs zeker persoonlijk karakter droeg, dat ik namelijk waar ik mij vroeger als Kamerlid bij de behandeling van het wetsontwerp tot wijziging van de grens tusschen Amsterdam en Nieuwer-Amstel vrij sterk had uitgelaten tegen grenswijzigingen van dien aard mijnerzijds, meer nog dan mijn voorganIk dank hem er voor, gers, met grenswijzigingen bij de Kamer kom. staart
—
—
dat
hij,
waar
het
goede beginsel van
ijver
voor de autonomie der gemij wil versterken en stalen.
meenten bij mij verslapt mocht zijn, dit bij Ik moet hem echter antwoorden, dat ik mij van zulk eene verslapping niet bewust ben. Ik heb mij verklaard tegen opslokking door groote gemeenten van zoodanige omliggende gemeente-stukken, die reeds werkelijk een ander karakter aan de plattelandsgemeenten hadden gegeven, zoodat het nieuw aangebouwde gedeelte reeds in het autonome leven der gemeente was opgenomen. Dat was met Nieuwer-Amstel het geval. Daar had men in het nieuwe gedeelte het stadhuis gebouwd en voor allerlei
ten
noodige inrichtingen gezorgd.
opzichte
van Delft verzet en
in
van
het
te lijven
Iets
dergelijks
komt ook voor
besproken plan, deelen van Vrijenban en Hof bij Delft. Daartegen heb ik mij steeds in beginsel
voorshands blijven verzetten. Maar geheel iets anders is het, wanneer, ten gevolge van de lage mortaliteit, van hygiënische maatregelen, van groote affluctie van landbevolking naar de steden, bij
zal
ik
meer dan eene
mij
stad een
ombouw gekomen
is,
die
nog
niet in het
van het dorp is opgenomen. In zulk een geval acht ik, dat gehandeld moet worden, en als er dan geen overwegende bedenkingen bestaan, houd ik van afdoen, zoodat het misschien daaraan is toe te schrijven, dat ik er meer toe kom, dergelijke ontwerpen voor te stellen, eigen leven
dan
dit
vroeger usantie was.
Handelingen^
biz.
395.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's