Parlementaire redevoeringen - pagina 120
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901
118
— 1902.
Ik zal zoo vrij zijn, den band daarvan los te maken, bieden. uit dien ruiker voor mij zelf te houden en de bloemen de van een aan de heeren van de rechterzijde en gedeeltelijk deelen andere uit te ook aan de heeren van de linkerzijde. Misschien zal ik zelfs den heer Den Hertog eene roos daarvan mogen aanbieden. Ik ben het overigens geheel eens met den heer Brummelkamp, dat aan den afgetreden
aan
te
Binnenlandsche Zaken zeer zeker een deel toekomt van hem gebracht is. Dezelfde afgevaardigde vroeg mij
van
Minister
de hulde, die door ook, niet
lang te wachten met de behandeling van de vaccine-quaestie,
te
met name in Zeeland, daardoor zoovelen gedrukt worden. Ik kan hem de verzekering geven, dat het ontwerp van wet, daartoe strekkende, met de Memorie van Toelichting reeds gereed ligt en spoedig, zoo ik hoop, in den Raad van Ministers zal kunnen komen. Ik meen, dat de geachte afgevaardigde zich ten deze dus niet zaï kunnen beklagen over gebrek aan spoed. Ik kom nu terug tot den geachten afgevaardigde, den heer Den Hertog. Deze heeft gezegd, dat hij mij zeer sympathiek gezind, maar omdat,
wel wat bang en bezorgd was, en dat enkele uitdrukkingen, die
toch
en gehoord had, die bezorgdheid nu en dan hadden doen
gelezen
hij
Wanneer de heer Den Hertog onder
klimmen.
die uitdrukkingen op-
neemt, de woorden: „het gaat zoo goed nu", dan moet ik toch zeggen, dat
de
heb
ik
niet
bedoeld,
uitdrukking:
die
Memorie Ik heb
„het
dat
van
ik
gaat
hier
„het
optreden,
waar
reeds
ik
gesproken
niet
inderdaad
heeft,
Want
krijgen.
welken
in
goed nu" gebezigd?
zoo
want
alles
constateert
wat
het
zin
Ik heb ik in
de
tegendeel.
van de schoolquaestie op politiek gebied Den Hertog met mij eens. Zelfs meende
de heer
is
ver genoeg ging; doch
hij
bracht tevens de
uit-
gaat zoo goed nu" op ander terrein en ging haar toen
castigeeren in geheel anderen zin. zijn
hij
gaat
Toelichting geschreven heb,
gezegd: de evolutie
drukking:
zijde
dat het onderwijs zóó goed was,
gaat nu goed, en dat hij,
waarvan
atropie,
intellectueele
voor mij eene bedenkelijke
daar
hij
ik
hem dankbaar voor
voor het eerst op een gevaar gewezen
voor
lang
Toch ben
vreesde.
heeft,
Want waar langzamerhand de
meer en meer op den voorgrond dringt, meer reageeren tegen de bestaande school-
practische volksopvoeding zich zal
dit
vanzelf min
of
ook voor wat aangaat de openbare onderwijzers. niet vreemd aan de gedachte, dat, wanneer eenmaal de practische volksopleiding breede afmetingen gaat aannemen, meer de aandacht op zich concentreert, meer de krachten naar zich toe trekt, meer in de beraadslagingen en in de pers de geesten gaat bezighouden,
toestanden,
Ik
ben ook
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's