Parlementaire redevoeringen - pagina 370
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
:
ZITTING 1902—1903.
368
op hun physionomie, wanneer er over dat intimidatiemen voor dit dilemma te staan: van stelsel tweeën een, of wel gij wilt wèl zulk soort van intimidatie, die de persoonlijke vrijheid aanrandt, en dan moet gij natuurlijk ook tegen die of wel, staan deze leden hooger, keuren zij ze strafbepaling zijn, zelf af, schamen zij er zich over, dat velen, die hen volgen, zich aan dergelijke dingen schuldig maken, hoe kunnen zij zich dan verzetten tegen pogingen van de Regeering om hen van dergelijke verkeerde lettende
daarbij
werd gesproken, dan komt
—
hebbelijkheden af
Hoe
dit
houden?
te
de Regeering heeft
zij,
van de wijze, waarop
werd uitgeoefend,
na kennis
zich,
den
terrorisme in
dit
geacht,
verplicht
eerste
het
hebben gekregen
te
laatsten
in
tijd
artikel
ons land
van de novelle
voor te dragen. Laat mij dit met een enkel woord verduidelijken. Toen ik, na de daarover gevoerde discussiën hier in deze Kamer te hebben aangehoord, op mijn Departement kwam, vond ik daar een telegram, waarbij een man, die goederen
verzenden had, mij telegrafeerde, dat
te
vervoer van die goederen geweigerd was, omdat het personeel ze
het
dorst aan
niet
te
raken
dag daarop ontving
door een korps wel
deze aantal
voor verzet en mishandeling.
Den
een ander deel van het land de mededeeling,
ik uit
eene zeer ernstige staking dreigde, dat die werd aangedreven
er
dat
uit vrees
niet
op
vrije socialisten,
minderen
de
in staat
getal
in
was,
die
onderneming werkzaam, en dat
waren,
zijn positie te
maar
dat
toch
het grootere
Daaromtrent werd angst en vïees voor te ver-
handhaven.
gemeld, dat meer dan één hunner, uit wachten mishandeling, nu reeds ontslag had genomen.
Zoo
straks,
dergelijk
meen
ik,
terrorisme,
opgemerkt, dat enkele voorbeelden omtrent
is
die gisteren
vroegere periode en niet
uit
de
werden medegedeeld, waren periode
laatste
;
uit
eene
de geachte afgevaardigde,
de heer Kolkman, heeft zeer terecht en ter snede er aan herinnerd, dat
de
procureur-generaal
bij
Hof
het
gedeponeerd heeft eenige bewijzen handelingen
uit
den
laatsten
te
Amsterdam
in de Handelingen bronnen omtrent dergelijke er slechts twee passages uit
uit officieele
tijd.
Ik
zal
voorlezen
„Toen
wij
buiten
kwamen, zag
ik
op den openbaren weg
in
de
Bilderdijkstraat een 50-tal stakende loodgieters, die ons achterna liepen.
Deze mede een
lieden zij
stuk
leggen."
reden ik
vroegen
bedoelden,
mij,
mede naar de
dat ik
in
het
Roijenstraat
te
Vereenigingsgebouw
gaan,
waar-
die
straat
in
zoude teekenen, dat ik het werk, evenals zij, zoude nederTot dusver volkomen correct. Maar nu volgt er dit: „Om die lieden antwoordde, dat ik zulks niet wenschte te doen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's