Parlementaire redevoeringen - pagina 150
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901
148 bedoeld wordt,
onze
— 1902.
metterdaad van beteekenis.
is
Indien,
ook blijkt meer nog dan
gelijk
dat
in
de
godsdienstquaestie
uit
de
hier^
Het is nu eenmaal zoo, vakken van opleiding, te lande overwegenden
op het sociale en politieke leven. Waar dit het geval is, moest het van belang geacht worden, dat, bij de wisseling van religie, die in die landen een van de groote motoren is, die de maatschappij van toestand in toestand doen overgaan, gezorgd wordt, dat de Indische ambtenaren van de evolutiën, door deze wisselingen tot stand gekomen, beter op de hoogte zijn dan zij het vroeger waren. Thans blijft mij nog ééne vraag te beantwoorden. De geachte spreker vroeg namelijk, of door dit ontwerp niet geprejudicieerd wordt op de invloed
oefent
en of de Kamer vrij blijft, later bij de definitieve mede te gaan met de plannen, die voorgesteld worden. Ik meen daarop te mogen antwoorden in den meest volstrekten zin: ja, en ik voeg er bij, dat de Kamer zich in dit opzicht wel nimmer in haar vrijheio zou ;laten binden, welke beperking men van Regeeringsdefinitieve
regeling
regeling
dan
al
haar ook zou willen aandoen.
zijde
waar
Vraagt men, of het dan toch niet van dezen nieuwen katheder aan de Leidsche of meer den schijn heeft van althans twee dingen uit
dat de instelling
is,
Universiteit
maken:
te
niet
min P.
opleiding
wil
Utrecht,
maar
geven,
van
Antwoord
en
te
een
voortaan 2".
dat
universitair
deze opleiding niet
karakter in
moeten verkregen worden, Mijnheer de Voorzitter, zooals ook
Leiden
te
gedeeltelijk toe.
dit
men
dat
lezen
zal
is.
Maar
het
zij
aan
de
Groningen of dan geef ik
—
in
de Memorie
mij toch veroorloofd, er
op
hebben in het ter griffie gedeponeerde stuk, de Leidsche senaat, of wil men, de Leidsche curatoren, verklaard hebben, dat door de oprichting van een katheder voor de wijzen, dat, zooals de heeren gelezen
te
van Nederlandsch-Indië, ook afgezien van de quaestie der voorzien zal zijn in eene sinds lang bestaande Men heeft terecht begrepen, dat, waar ons land in het bezit
geschiedenis opleiding,
behoefte. is
metterdaad
van zoo groote koloniën, althans aan ééne Universiteit de onmisbare
katheders voor indologische studiën moeten worden opgericht.
Welnu, nog wel niet in eene afzonderlijke faculteit, zooals juister en beter zou zijn, maar drie katheders zijn er dan toch. Edoch, waar wij dan nu aan de Leidsche Universiteit althans de hoofdvakken, die hiertoe behooren, in studie hebben genomen en aan die vakken katheders hebben gegeven, daar bleef het, ook geheel op zich zelve beschouwd, toch nog eene leemte, dat voor de geschiedenis als zoodanig geen afzonderlijke katheder was opgericht. Ik meen daarom te mogen zeggen, dat, al werd later eene definitieve die
bezitten
wij,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's