Parlementaire redevoeringen - pagina 430
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
428 alle
Mag
in
ik
die
richting
dus
in dat opzicht tot
te
vragen een
stellen
beslist
antwoord
te
zekere matiging aanmanen, dan
geven.
sluit dat
opmerkingen of wenken, die in dit debat gemaakt zijn of wellicht nog worden, het stilzwijgen zal bewaren. Zoo heeft de heer Smeenge gevraagd, of het in de bedoeling van den Minister van Binnenlandsche Zaken ligt, het gelijksoortig personeel van het bureau voor statistiek en van de landsdrukkerij in het besluit op te nemen. Daarop kan ik op dit oogenblik geen afdoend antwoord geven. Het betreft hier toch de vraag, of men in het Koninklijk Besluit meer personen zal brengen dan de Departementsambtenaren, waarvan thans sprake is. En dit is eene quaestie van vorm, waarover ik mij niet wensch uit te laten. Vraagt men echter, of het in de bedoeling ligt, te zorgen, dat aan dat personeel dezelfde verbetering in hun toestand zal worden toegekend, die nu zal gecreëerd worden voor het personeel van de Departementen, dan wil ik wel zeggen, dat, voor zoover het aan mij lag, in de stukken voor de concept-begrooting, die mij reeds gepasseerd zijn, reeds in dien zien is gewerkt; doch daaruit volgt tevens, dat deze quaestie niet op dit oogenblik, maar bij de begrooting tot beslissing kan worden gebracht. De heeren zullen alzoo bij de eerstvolgende begrooting van het Departement van Binnenlandsche Zaken zien, dat voor directiën, onder mijn Departement staande, de toepassing van dezelfde regelen wordt aangenomen. Ik twijfel er dan ook niet niet
aan,
in,
dat
ik
over
alle
of de geachte sprekers, die daarnaar geïnformeerd hebben, zullen
woorden van sympathie, die zij thans geuit hebben, ook tegen dien tijd gereed kunnen houden. Eene tweede vraag is gedaan door denzelfden geachten afgevaardigde en ook door de geachte afgevaardigden, de heeren Helsdingen en De opiniën Passtoors, nl. betreffende de zoogenaamde assistenten. de
daaromtrent
op;
de
loopen
ander
voor een
nogal
adviseert:
geheel
jaar
en
uiteen.
De een
neem geen bepaal
in
zegt: ruim alle assistenten
dan
assistenten
elk
geval,
dat
in vollen dienst,
de
tijd,
waarin
den actieven dienst, zoodra een ambtenaar of bediende komt tot de periode, die verhooging met zich brengt. Men zou zich echter vergissen, indien men waande,
zij
als assistent
gediend hebben, steeds
zal tellen
bij
kan worden opgelost. Die assistenten Assistenten kunnen n.1. onderscheiden worden in twee soorten. kunnen voor een extra dienst genomen worden. Er kan zich eene gelegenheid voordoen, dat er tijdelijk meer hulp noodig is. Om den heeren hiervan een voorbeeld te geven en het hun duidelijk te maken, kan ik mededeelen, dat, toen het archief uit het Rijksarchief op het Plein moest dat de quaestie zóó gemakkelijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's