Parlementaire redevoeringen - pagina 427
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
,
ONDER DE WAPENEN HOUDEN VAN
425
MILICIENS.
Kamer van rechts en links gebleken was, dat men, na in de den loop, dien de zaak had genomen, intrekking van het wetsontwerp den meest natuurlijken weg vond, niet de minste bedenking bestaan hebben om daartoe onmiddellijk over te gaan. Wat is echter gebleken?
indien
Juist
het
van
haar
niet alleen
namelijk
tegendeel,
woordvoerders geen reden
onderscheidene
dat
hebben
maar
bestaat,
of
dit
ontwerp
verwerpt.
moeilijker. tioneel
tot
Dit
Zij
bij
monde
voor intrekking
dat het integendeel noodzakelijk en
een eisch van onze constitutioneele verhoudingen
van
partijen
uitgesproken, dat
is,
dat
men
ten opzichte
stemming overga, onverschillig of men het aanneemt maakt natuurlijk de positie van de Regeering nog
heeft
hier
niet
staatsrecht, dat reeds
te
zou
doen met een geschil over
constitu-
uitgewezen, maar het betreft een
zijn
in dien vorm nu voor het eerst voorkomt. Natuurlijk, wanneer de Regeering te doen had met eene besliste quaestie, waarvan iedereen wist, hoe het stond, dan zou het op haar weg liggen, door te tasten. Het geldt hier echter een geval zonder antecedenten, te weten het critieke punt, of art. 110 volkomen past op de gevallen, die zich hier voordoen. Daarom is het een eisch van kieschheid voor de
dubieus geval, dat
Regeering, zich af
te
vragen,
mag vóór de Kamer
gaan
of in
zij
eenvoudig
de gelegenheid
tot is
de intrekking overgeweest, over deze
constitutioneele quaestie als zoodanig zich uit te spreken.
Zeker, de Regeering had een anderen weg kunnen volgen en het ontwerp kortweg kunnen intrekken, het aan de heeren overlatende bij interpellatie over die intrekking inlichting te vragen. Doch gesteld, dat zoo ware gehandeld, wat had men dan anders verkregen dan noodeloos tijdverlies, eene repetitie van al deze debatten bij de interDaarom heeft de Regeering gemeend, te moeten afwachten, pellatie? of de uitingen van de linkerzijde ook gedeeld zouden worden door de
—
rechterzijde,
en
of alzoo
de
Kamer
in
haar overgroote meerderheid
stemming over het wetsontwerp moest Thans echter is de aangekondigde motie van
het standpunt innam, dat tot eene
worden overgegaan. den
heer
De Savornin Lohman
c.s.
ingediend.
En
die
motie geeft
een tegengif kan bieden juist wat de Regeering wenscht, omdat tegenover de sterke uitingen, die vóór de definitieve en finale behandeling van het wetsontwerp van de linkerzijde zijn vernomen. De Regeering, zij
—
wanneer zij verre van die motie te bestrijden, zal dus juist daarin eene aanwijzing door de Kamer mocht worden aangenomen zien van hetgeen voor haar ten deze de weg is, dien zij te volgen heeft. Mij rest nog een enkel woord over het gesprokene door den heer wel
Röell.
—
Hij en de heer
Van Karnebeek hebben
ontkend, dat
in art.
110
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's