Parlementaire redevoeringen - pagina 357
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
INTERPELLATIËN-MEES EN TROELSTRA. de
zooals
heer
355
Helsdingen scheen
te willen doen, dat de werkgever van zijn recht van lock out gebruik maakte, zonder te erkennen dat dan ook elke staking van de zijde der werklieden terrorisme is in denzelfden zin, waarin die geachte spreker
terrorisme zou plegen, wanneer
woord
het
hij
bezigde.
De
heer Schaper heeft zooeven de vraag gesteld, of, met het oog op het straks gevoerde debat tusschen den heer Troelstra en den Minister
van Waterstaat, toch
niet
Reglementsartikel, waarop
gebruik zou kunnen gemaakt worden van het hij wees. Laat mij hem daarop kortelijk ant-
woorden, dat die herinnering voor ons
(De heer Schaper:
nu
al
Daar heb
je
niet
't
noodig was.
weer, wat klein!
Dat hoor
ik
driemaal.)
Mag
ik
den heer Schaper verzoeken, zich nader
te
verklaren?
(De heer Schaper: Ik wil zeggen: gij verwijt ons, als we met zoo komen, altijd, dat ge zulk een raad van ons niet noodig hebt. Dat
iets
noem
ik
eene kleinheid.)
Mijnheer de Voorzitter! deze opmerking
is.
Ik begrijp niet
Intusschen
juist,
wat de beteekenis van
wil ik er wel bijvoegen,
—
en dat
zal
den geachten spreker, den heer Schaper, misschien eene meer bescheiden houding artikel
—
doen aannemen dat het punt, of wij niet krachtens dat kunnen handelen, reeds vóór eenige dagen in den Ministerraad ,
overweging was.
in
kom thans tot den heer Troelstra. Deze heeft, terugkomende op onderwerp van zijn interpellatie, ten opzichte van het gebeurde te Heerenveen beweerd, dat de Regeering geen geschiedenis, maar een roman geleverd had. Ik betwist hem het recht, als ik, afgaande op officieele gegevens, een zuiver relaas doe, zonder nader onderzoek en zonder kennis van de zaak eene dergelijke qualificatie aan mijn medeIk
het
te geven. Het schijnt wel. Mijnheer de Voorzitter, dat die geachte afgevaardigde zich hier het recht wil aanmatigen, de lakens uit te deelen. Dat het zijn gewoonte is, dit buiten de Kamer te doen, versta
deelingen
werd aan de rechterzijde voorgeschreven, wat zij doen moest, en nu wil hij waarlijk ook aan den Minister voorschrijven, hoe hij spreken moet. Immers werd door hem
ik
;
maar
hier heeft het geen pas. Eerst
omdat ik niet sprak zooals hij wilde, gemaakt had. Als Minister wensch ik, evenals gezegd,
dat ik een
pover figuur
ik dit vroeger als lid der
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's