Parlementaire redevoeringen - pagina 681
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
Benoemingen aan de digde
doe
klein,
altoos klein.
dat
men
ik altijd
verkeerd en ben
Waar
ik,
679
R. V. B.
als
er sprake
van groot en
is
over geuit heb, de Kamer gegaan
ik mijn verontwaardiging
thans zóó ver gaat, als
men nog
nooit in
is,
is,
met name te gaan noemen, zoo b.v. den heer man, voor wien ieder lid der Kamer, indien hij hem Lukkien, een kende, èn wegens zijn bekwaamheid en geschiktheid, èn wegens zijn karakter, den hoed zou afnemen. En dan doet men het voorkomen, Dat wekte alsof zulk een persoon er door gunst ware ingekomen.
door hier personen
mijn
verontwaardiging.
Dien
weg moeten
wij
niet
op.
Mijnheer de
Voorzitter; want als ik dan later, afgetreden zijnde, op die wijze wilde
gaan
raken
spreken
over
een
giftig
in
benoemingen, dan zouden wij gestadig geEn dat zou geheel beneden debat over personen. andere
de waardigheid van deze
Kamer
zijn.
Handelingen,
blz.
1008—1009.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's