Parlementaire redevoeringen - pagina 210
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
208
Ik gevoel veel voor dat bezwaar. Het heeft
ook doen en dan af te te werk mijns en dan af breken, uren nachts werk te 2 's het te om gaan slapen, dan om 4 uren 's morgens weer op te staan om het te hervatten. Het bezwaar er tegen ligt echter in het uitoefenen van controle. Hoe zalmen dien
onderbreken.
te
meer voor, achter elkaar
inziens
het
controleeren, of de een niet langer dan van
2—4
dan van
Daarom meen ik, De heer Van der Zwaag heeh
zwaar.
der speetsters zoo groot niet dit slechts
is
's
—
3,
de ander
niet langer
is
;
is
er op gewezen, dat het geldelijk belang
wanneer het maar 2
X 4 X 30
geachte afgevaardigde verlieze niet
speetsters
tot
uit
cent
is,,
het oog,
de rookers zouden zeggen: wij willen
werken, de rookers zouden antwoorden dan kunnen wij Het geldt voor die menschen niet alleen het verlies Die omf2,40, maar van haar geheele positie als speetster.
nachts
je
De
f2,40.
wanneer de
dat,
1
metterdaad een onoverkomelijk bedat het beter is, het voorgestelde te handhaven. Dit
enz. arbeidt?
niet
:
niet gebruiken.
van
die
standigheid, dat de noodzakelijkheid, nachtarbeid toe te staan gedurende die 2 uren, slechts bij
voorkomt
4,
hoogstens 10 malen
in
een
jaar,
weegt
mij zelfs zoo sterk, dat ik mij afgevraagd heb, of het teloorgaan
eene
enkele
vangst
metterdaad
'sjaars,
van
het niet behoorlijk afwerken daarvan 4-malen
en
zoo
een
ernstig
commercieel belang oplevert, dat
moeten wijken. Dit zeer ernstige punt kan echter eerst van lieverlede opgehelderd worden, wanneer aan den nachtdienst zoodanige bezwarende voorwaarden worden verbonden, dat daarvoor
de wet duurzaam
zal
eene poging wordt aangewend, de rookers er zelf bedoen hebben, van de permissie, hun gegeven, geen gebruik Wanneer de Kamer dit wetsontwerp mocht aannemen, zal te maken. daarvan het gevolg zijn, dat gelegenheid zal gegeven worden aan de overheid, krachtig op te treden en te onderzoeken, door welke maat-
daardoor lang
bij
reeds
te
regelen van lieverlede het bedrijf anders zal dat aan elke
bonden hij
zijn,
zelf er
permissie, dat
hij,
die
kunnen
geleid
worden, zóó»
gegeven wordt, zoodanige bezwaren verer gebruik van maakt, zal moeten toonen, dat
die
wat voor over
heeft.
Handelingen,
blz.
91—94.
Mijnheer de Voorzitter! Ik heb in de eerste plaats nog iets te antwoorden aan den heer Drucker aangaande het amendement. Ik wensch te verklaren, dat hij, door zijn nadere preciseering van de eerste toelichting, het voor de Regeering onmogelijk heeft gemaakt, met het amendement vrede te nemen. Wij kunnen niet op ons nemen de ver-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's