Parlementaire redevoeringen - pagina 348
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
346 dat
ik
het
niet
geheele land zou
waag, zijn
mij
in te
denken, waaraan Amsterdam en ons
ook maar
blootgesteld geweest, als de Regeering
één oogenblik geaarzeld had. Het wordt nu voorgesteld door den interpellant, alsof die eene staking maar het werk van eene oogenblikkelijke opwelling was geweest, en alsof, zoo wij de arbeiders maar niet prikkelden, er geen staking meer Februari komen zou. Mag ik hem eraan herinneren, dat reeds op weer eene staking gedreigd heeft? Door een ijzerhandelaar te Amsterdam werden aan de Hollandsche Spoor goederen tot vervoer aangeboden. Bij dien ijzerhandelaar was echter eene staking uitgebroken en de stakers wendden zich onmiddellijk tot het personeel om ook dat vervoer te beletten. Die tweede staking is alleen voorkomen, doordat de ijzerhandelaar, hoewel gevoelende, dat hem onrecht werd aangedaan, af 1
heeft gezien van zijn recht
de
In
verklaring
om
van 25
vervoer Februari
te
vorderen.
is
voorts gezegd,
dat
door de
Vraagt bevoegde autoriteit troepen gevraagd waren, die er niet men, wie die autoriteit was, dan antwoord ik: de plaatselijke autoriteit te Amsterdam, die berichtte, er niet voor in te staan, dat zij bij de stemming, die in Amsterdam heerschte, de orde zou kunnen bewaren, indien de onder haar gestelde macht niet aanzienlijk werd versterkt. "Wij mochten op het oogenblik er niet aan denken, Den Haag, waar zoo goed als geen garnizoen was, nog meer te ontblooten. Oproeping waren.
was dus noodzakelijk. De plaatselijke commandant
Amsterdam oordeelde gelijk hij deed Durgerdam. En men zegge niet, dat volkomen juist — want anders dit niet kan, wijl dat er achter ligt, kon hij er ook niet mede gerekend hebben. Doch waarom heeft het gebeurde te Durgerdam zoo diepen indruk op hem en op het geheele Niet omdat twee of drie arbeiders geweld meenden te land gemaakt? mogen gebruiken tegen mannen, van wie zij meenden dat zij hun belangen tegenwerkten, maar wel om het bitter droevend feit, dat er in de goede o.a.
te
met het oog op het gebeurde
te
—
,
van oudsher zoo braaf werkvolk, honderdhebben gevormd om te middernacht op te staan, zich in stilte bewogen hebben over de wegen, gewapend met knuppels en messen, en er toen toe zijn overgegaan om met eene groote macht een klein getal werklieden aan te vallen en te mishandelen. Men moet bij zoo iets met de zedelijke stemming, welke uit zulk eene En dan toont het metterdaad een zeer gebeurtenis blijkt, rekenen. onheiligen geest, wanneer zoo iets niet in één man opkomt, maar zoo
stad van vijftig
Amsterdam, met te zamen
mannen
zijn
het plan
daartoe een 150 werklieden saam complotteeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's