Parlementaire redevoeringen - pagina 98
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901
96
— 1902.
Naar aanleiding daarvan merk ik op, dat het, naar het mij voorkomt, zijn, wanneer de overbrenging van afdeelingen naar het andere, of ook de oprichting van Departement eene van het een nieuw Departement, niet plaats had bij Kabinetsformatie, maar kon inderdaad een geluk zou
De ervaring, die ik zelf bij de door een zittend Kabinet. bij mijn eerste optreden heb opgedaan, was deze,
geschieden
Kabinetsformatie en
dat ten tijde eener Kabinetsformatie het minst geschikte oogenblik aan-
wezig
om kalm
is
en rustig zoodanige organisatie
"Wanneer men het geluk heeft, dat in de nieuwe mannen zijn opgenomen, die vroeger met eene rakende die Departementen, zoodat zij deelen thuis zijn, dan is de ongelegenheid
geweest, in
alle
hand
ter
te
nemen.
Kabinetsformatie ook portefeuille belast zijn in die
niet
Departementen
zoo groot, maar
eischt de overbrenging van afdeelingen en de oprichting van een nieuw Departement een zoo veelzijdig onderzoek, een zoo rekenen met allerlei aangelegenheden, dat ik het denkbeeld niet van mij afwerp, dat, indien het ooit tot de oprichting van een Departement van Landbouw zou komen, het beter zou zijn, indien het geschiedde door een zittend Kabinet, dan dat het voorgesteld werd bij eene nieuwe Kabinets-
toch
formatie.
De
strijd,
ik voor
gevoerd door den heer Bos met den heer
hun rekening. Ik
men
zie niet in, dat dit
De
Boer,
laat
wetsontwerp, dat uitsluitend
op zich zelf aanleiding kan geven tot breede debatten over de meerdere of mindere doelmatigheid van een gewenscht Departement van Landbouw. regularisatie,
De die
heer
hij
of
wil
Van Styrum
verklaarde
uit
reorganisatie, bedoelt,
heeft eene formeele quaestie ter sprake gebracht, overijling.
Wanneer eene wetsvoordracht
deze vóór de behandeling van hoofdstuk
V
als
dient af te loopen in deze
Kamer, omdat zij invloed heeft op den inhoud van dat hoofdstuk, en de Regeering haast zich om, wanneer 6 December het Verloopig Verslag ingekomen, reeds 9 December daarop het Antwoord in te zenden, dan zou ik toch bescheidenlijk willen vragen, of dat niet eer een woord van dank verdient, dan een woord van blaam en ten-laste-legging van
is
overijling.
Die geachte afgevaardigde verzet zich tegen de uitdrukking, malen toe van deze zijde gebezigd, dat de Staten-Generaal
onderwerp
als
dit
vaardigde meende,
der Kroon ter wille moeten dat
die
uitdrukking
„ter
zijn.
wille"
De hier
tot bij
twee een
geachte afgeniet
op haar
was; er was hier van „wil" geen sprake. Ik herinner er aan, met betrekking tot de uitdrukking „ter wille", dat het woord „bewilligen" in de Grondwet bij deze zelfde aangelegenheid voorkomt. Ik geloof, plaats
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's