Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 387
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
is,
dat
en dat
de Theologie
hij
379
engeren zin speculatief wil opvatten,
in
de aldus opgevatte Theologie de exegese en de kerk-
bij
Zoo verstaat men dan
als inleiding dienst doen.
slechts
historie
DREY, KLEE EX BUCHNER.
Hfst. III. § 113.
2.
„Das Resultat derselben ergreift die wissenschaftliche (speculative) Theologie und bildet es vermittelst der ook wat
zegt:
hij
Stoffes
in
Ideen zu einem aus"
Religionslehre
Umwandlung
durch
Construction
eignen
ihr
87).
p.
historischen
System der
eigentlichen
Rabiger,
(zie
des
christlichen
kwam
Hiermee
hij
Dogmatiek,
Schleiermacher dan weer in het gevlei, door aan zijn Moraal en Ecclesiastiek eene „philosophische Principienlehre" te laten voorafgaan, die ook bij hem opgaat in Apologetiek en Pole-
miek ; een standpunt dat
hij,
gelijk
later prijsgaf, toen hij zelf zijn
ï838
— 47,
vroeger
3
waarin
Bd.);
boven reeds werd opgemerkt,
beroemde Apologctik schreef (Mainz
hij
verklaarde, dat
uitdrukkelijk
hij
te zeer, in afhankelijkheid van Schleiermacher, de taak
van de Dogmatiek,
in
onderscheiding van de Apologetiek, aldus
opgevat had, dat de eerste „die
bestimmten
sellschaft zu einer
in
einer christlichen Kirchenge-
Zeit geltende Lehre, folglich das Wan-
Wesenhafte am Inhalt des Christenthums" te behandelen had, terwijl de laatste daarentegen den wezenlijken en onveranderlijken inhoud van het Christendom „darzustellen" had. Thans was hij echter tot inzicht gekomen, dat deze verdeeling delbare und darum
van arbeid
Dogmatiek goddelijken
niet
nicht
deugde; het geheele „Lehrsystenl" behoorde
thuis
en
de
Apologetiek had alleen
oorsprong van
het
Apologctik als wissenschaftliche
Christenthums
kwam
dus
in
ook
Christendom
Nachweisung der
seiner Erscheinung, Bd. hij
ten
slotte
te
uit
I.
de
taak
den
bewijzen.
{Die
tot
Göttlichkeit des
Vorrede,
Harless,
bij
in
die
p.
V).
Zoo
reeds een
jaar tevoren dezelfde critiek op Schleiermacher geoefend had.
Vooral daarin echter week Drey van Schleiermacher bij
zijn
speculatieve opvatting van het
„Leitung und Führung der Kirche"
af,
dat,
wezen der Theologie, de
als
kunsttheorie wel verre
van hem doel der geheele theologische wetenschap te zijn, slechts als een aanhangsel door hem werd aangehaakt. Vooral zijn inruimen aan de Ecclesiastiek van een afzonderlijke plaats naast de Dogmatiek en de Moraal noodzaakte
hem
hiertoe.
Aldus toch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's