Parlementaire redevoeringen - pagina 238
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
236
woord
en
erkentelijk
zijde
zijn
richten
te
spreekt
zij
gaarne
het
uit,
dat
hij,
door dat
de working majority, warmer steun nog dan
tot
tot
dusver heeft geschonken tot versterking van de meerderheid en ook aan de Regeering een zeer te waardeeren steun en eene versterking van haar positie heeft geboden.
kom
tweede punt, het Unie-rapport. DatlJnie-rappert handelt over het onderwijs en daarom spreek ik vooraf een enkel woord over de leerplichtquaestie. Er is eene neiging in deze Kamer, bij vele Ik
thans
tot
het
om om koud te
de Regeering er toe
geachte afgevaardigden, plichtwet er
weer
bewegen, die Leer-
te
brengen. Zelfs heeft de geachte afgevaardigde,
de heer Drucker, laten doorschemeren, dat quente houding zou
welk
zijn.
worden binnengeloodst? goed
zeer
periode
telkens
onze
door
mogelijk
zaken
is,
men
Laat dat
om
zich toch
memoriën en langzame
Maar
deel van den arbeid
die
jaren
vier
klaargekomen en
stemmen en een ander Kabinet werk van dit nieuwe Kabinet moeten
met
beginselen en onder
zijn
in
zake
te
hooger,
zijn
niet te doen.
middelbaar
om
zijn
Nu
wordt
en eindelijk
Nu
treedt op. zijn,
aan
lager
dit
is
zeker
Staatsblad gebracht.
al
Kabinet
onderwijs
De
zou het eerste
datgene, wat in strijd
oppositie tot stand
Stel,
en
wisselt.
wijze
in het
kiezers
elimineeren en
dat het
van behandeling van dan een matig deel van den arbeid
hier in vier jaren tijds niets
gereed gebracht.
even voorstellen,
de vier jaren gedurende eene zekere
eene Kabinet met het andere
het
lange
dit naar zijn idee de consevan de Regeeringstafel op wijzen, daarmede in ons Staatswezen zou
ik er
precedent
gevaarlijk
uiterst
Mag
te
was gebracht,
mag
te
het gelukken,
voldoen
aan
de
wenschen, die door de rechterzij gekoesterd worden, dan zou een na ons optredend
Kabinet moeten zeggen: daartegen hebben wij geopponeerd,
weer in. Na vier jaren gaan die heeren weg en komen de oude weer terug. Deze zouden dan de ingetrokken ontwerpen weder in het Staatsblad moeten brengen. Op zulk eene wijze zou eene bewegelijkheid in onze wetgeving gebracht worden, die met de vastheid van de wet moeilijk bestaanbaar zou zijn. Naar
het
is
niet
de heer
van ons en
wij trekken het dus
De Savornin Lohman opmerkte, moge men
wel bedenken, dat van eene wet en intrekking van eene wet niet hetzelfde is. De heer Drucker heeft er den nadruk op gelegd, dat in de Memorie van Antwoord stond, dat de wet „moest worden ingetrokken", alsof dit een hieroglyphe vorm was, maar, mij dunkt, hij zal begrepen niet-invoering
De beteekenis van dat „moest" kan geen andere zijn dan deze, dat eerst zou kunnen beproefd worden, door wijzigingen in de bestaande wet, deze zoo te maken, dat men er hebben, wat de beteekenis was.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's