Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 315

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 315

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

3 minuten leestijd

SCHOOLVOEDING EN -KLEEDING.

313

wanneer de heeren kenden de moeite en inspanning, die ik heb moeten gebruiken, dan zouden zij zich kunnen voorstellen, dat het onmogelijk zijn zou, op al onze schoolkinderen dergelijke pogingen toetepassen. En wanneer, wij aparte leeraars op alle scholen moesten aanstellen, dan zoude dit offers vergen, welke niet geëvenredigd zouden zijn aan de uitkomst, die men kan bereiken. De heer Pompe van Meerdervoort heeft nog de quaestie aangeroerd van den leerplicht, die later ook nog besproken is door den heer Troelstra. Laat mij ten aanzien van deze quaestie zeggen, dat ik het geheel met den heer Pompe van Meerdervoort eens ben, en dat wanneer de schoolplicht aan ouders in zekeren oeconomischen toestand, als waarin de wet onze arbeiders ten platten lande heeft gevonden, oplegt de plotselinge opoffering gedurende een deel van het jaar van soms f 2 a f 3 per week, terwijl hun eigen inkomen niet hooger is dan f5, wat dus beteekent de afsnijding van een groot deel van de middelen ik volkomen begrijp, dat zulks terdege gevoeld wordt, van bestaan en ik acht, dat er alleszins termen voor de gemeentebesturen zijn, om, zoolang de toestand zóó is, vanwege het armbestuur tegemoet te komen in den daardoor ontstanen nood. Ik kan niet medegaan met het denkbeeld van den heer Troelstra, dat dit moet gevonden worden door school-

voeding en schoolkleeding. Dit

is

een beginsel, dat door mij

niet

aanvaard

kan worden. Men weet waarom. Ik stem volkomen toe, dat, wanneer arme stumpers, verkleumde kinderen, ter school komen, het onbarmhartig zou zijn, hen dan niet te helpen, en steeds ben ik er ook voor geweest, dat te doen. En het is niet van de zijde der sociaal-democraten geweest, dat het eerst werd begonnen, maar het was wijlen de heer Feringa te Amsterdam, die met zijn school voor havelooze kinderen En wie dien nood het eerst heeft ingezien en heeft helpen lenigen. Dat zijn juist de sociaalzijn het, die deze zaak bedorven hebben? democraten, die er voor opkomen. En waarom? Eenvoudig om deze reden: Wanneer ik zie, dat iemand gebrek en honger heeft, help ik hem, en dan doe ik slechts mijn plicht. Maar wanneer ik op een bord ga schrijven: hier kunnen kinderen gekleed en gevoed worden uit de openbare kas, krachtens

artikel

zoo

en

zooveel,

dan

zijn

er velen,

hun goede kleederen voor slechte verwisselen en dan terugkomen om te vragen, gekleed en gevoed te worden. Dan gaat men het beginsel invoeren, waardoor men den last en den noodzakelijken plicht, die op vader en moeder rusten, om zelf voor hun Dat men een ongelukkige hulp kinderen te zorgen, van hen afneemt. wil bieden, daar is geen enkele partij tegen, maar laat men dan de die

eerst

naar

huis

gaan

en

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 315

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's