Parlementaire redevoeringen - pagina 466
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
464 Mijnheer
de
—
uitdrukken
Nog een
Voorzitter!
de
afgevaardigde,
heer
nu
Smidt,
enkel
zegt, is
Wat de
woord.
—
Iaat mij dit
geachte
zoo mogen
dan eene handigheid. Ieder gevoelt, dat, voor het van de betrekkingen van burgemeester en secretaris in één persoon, geen maatregelen konden worden getroffen om hen tegen vereenigd
zich
zelven
beschermen.
te
van
opzicht
niets
zijn
Alleen
twee personen kan er
bij
hierbedoelde gevaar sprake
het
zijn.
Bij
in dat
den ontvanger
in den ontvanger zelf; dit kan men niet keeren, kan schuilen eene minder goede zedelijke opvatting. Maar waar overigens waarborgen worden gesteld tegen bloedverwantschap en zwagerschap, moet dit zeer zeker niet het minst geschieden tegen de relatie van man en vrouw.
omdat
gevaar
het
schuilt
hem
in
zelf
Handelingen,
Vergadering van
Geheel het
de
tegen
voorgesteld,
amendement en
het
ook het
voorbereiding,
aan
de
overzijde
quaestie niet
kon
eens
niet
bij
is.
zijn
blijven rusten.
bekend, dat
is
bij
is
beschouwingen
allerlei
losse
uitingen,
om
er op te wijzen, dat
Intusschen
stel
men
ik er prijs op, te
optreden gevoeld heeft, dat de eeds-
Wat da^toe
gegeven, wensch ik hier kortelijk mede
Het
7
medestanders links of rechts, welke dan
politieke
verklaren, dat het Kabinet
art.
de bespreking van
zulk een debat, zonder
bij
krijgt
de tegenpartij worden aangegrepen,
door
bij
oordeel, dat het eedsvraagstuk
omdat men
blijven,
schrihelijke
tusschen
zelfs
Kamer
artikel zich verdiept in allerlei
kon
zelf buiten het debat
voorafgaande
zijde der
De Regeering was van
over den eed.
1903.
waarmede door de Regeering
bedoeling,
men van de
heeft
October
14
110.
blz.
te
allereerst aanleiding heeft
deelen.
de Departementen van de ambtenaren en van
anderen, die daartoe worden aangewezen, een eed wordt afgenomen van zulk een omvang, dat
men aan
de menschen, na het voorlezen van de
formule, kan zien, dat ze het voorgelezene niet hebben kunnen volgen. Niet alleen gesteld
in
is
een
tweemaal
eerst
de formule van den eed 23 regels lang, maar stijl,
zoo
moeilijk
moest doorlezen, eer
heb
Mijnerzijds
hun, die
komen om beëedigd
te
zenden,
opdat
zij
verstaan, ik begreep,
dat
ik
zelf
zij
is
het
ook stuk
wat het eigenlijk be-
onmiddellijk den regel ingevoerd, worden, vooraf een exemplaar daarvan rustig zouden kunnen nagaan, wat straks zou
doelde.
toe
te
ik
toen
te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's