Parlementaire redevoeringen - pagina 490
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
488
bijna uitsluitend ééne kerk bestaat, in de meer noordelijke provinciën, gewoonte en wensch der bevolking, dat het sluiten van het huwelijk in de kerk op Zondag tijdens den dienst plaats heeft en daaruit vloeit dan tevens de wensch voort, dat ook op dien dag de voltrekking van het ;
moge
burgerlijk huwelijk
geschieden.
Ik laat daar, of het noodzakelijk
voor die usance uit den weg te gaan, dan wel, of het goed zou zijn, naderhand die usance te veranderen, maar in elk geval moet met die usance worden gerekend. Dat voorts in tijden van het heerschen van besmettelijke ziekten voor het begraven van lijken stukken moeten worden afgegeven, desnoods ook op Zondag, is niet eene zaak van is,
groot gewicht, die den betrokken ambtenaar op Zondag zoo buitengewoon
zou
bezwaren.
Gelukkig
ziekten
smettelijke
behoort
hier te lande het uitbreken
de uitzonderingen, en, dank
tot
zij
van be-
de goede hygi-
ënische maatregelen, wordt dat uitbreken zelfs nog steeds meer ingeperkt.
Wanneer echter de noodzakelijkheid mocht ontstaan, zulk een stuk, als waarvan de geachte afgevaardigde sprak, af te geven, dan zal toch de man, die handelen moet, wel weten, wat hij doen moet; hij gaat naar den
burgemeester
of
den secretaris en vraagt: „waar kan
krijgen, dat ik noodig heb", en deze zegt:
gerlijken
stand
wanneer Ik
geloof
stand
niet,
tot
schikken.
niet
hem
dat
moeilijkheden
termijnen, blik
woont daar en
u dus
gij
dit
gij
uw
dan en dan thuis
zijn;
stuk krijgen."
voor de ambtenaren van den burgerlijken
Maar er zijn andere werkzaamheden, vootvloeiende uit de waarop de geachte afgevaardigde wees, die men op het oogenkan ter zijde zetten en die zich vermenigvuldigen kiïnnen
naar aanleiding
geachte
spreker
heeft
van deze wet
den wensch
Verslag was geuit, dat
mochten
thuis of zal
opleveren, en meen, dat die zaak zich wel zal
zal
en zich loopig
is
begeeft, kunt
ik het stuk
„de ambtenaar van den bur-
in
vermenigvuldigen.
zullen
herhaald,
die
het Burgerlijk
reeds in
Wetboek
het
De
Voor-
die termijnen
ondervangen en de Zondag zou worden gemaakt tot wat men in Amerika noemt: een non dies. Die maatregel, Mijnheer de Voorzitter, is in overweging. In de Troonrede is de indiening aangekondigd van een wetsontwerp op de viering van den
worden
wekelijkschen rustdag en ik zekering
kunnen geven,
meen den geachten afgevaardigde de
ver-
ook wat dit punt betreft, aan de belangen van het publiek en de beveiliging van de Zondagsrust ernstig gadachf zal worden en dat ze zooveel mogelijk zullen worden bevorderd. Ik meen daarom, dat het beter is, op het oogenblik de zaak te laten rusten. In elk geval brengen de bepalingen, zooals zij nu luiden, volstrekt de noodzakelijkheid niet mede, dat op eiken Zondag, al is het maar een te
dat,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's