Parlementaire redevoeringen - pagina 106
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901
104
— 1902.
hij van het Kabinet niets anders dan eerlijke beslissingen kan verwachten. Wat in deze eerlijk zou zijn, hangt natuurlijk af van de vraag, welke die conditiën zijn. Wij zullen die eerst eens bedaard Komt de zaak aan de orde, dan zal ik de conditiën bedaard lezen. overwegen en antwoorden, zooals ik dan zal meenen te moeten
gesproken, dat
doen.
Het te
besluit
dragen,
om
dreigt,
voor de
griffie
men komen
zoo merkte
van Zuid-Holland op, in de
f
2500 meer voor
toekomst het land op be-
te staan. Van de zijde van Limburg, te zullen Noord-Brabant wordt er op aangedrongen, het goedZeeland gunstig voorbeeld ook voor die provinciën van toepassing te maken. Maar, als wij dien weg op gaan, zullen bij de volgende begrooting de provinciën Noord-Holland, Drenthe, Overijsel en Friesland niet
langrijke
sommen en
nalaten, gelijke pressie
Over deze zaak zooals
zij
zekere
mag
op den Minister
thans geregeld
classificatie,
uit te
oefenen.
wil ik zeggen, dat ik toestem, dat is.
met een
Nu
echter eenmaal
maximum
zij
niet
kan
aangenomen
traktement
voor
blijven^ is
eene
elke klasse,
de Regeering van haar zijde niet de besturen der provinciën binden
en door het toestaan van
te
weinig geld het aan de provinciale besturen
maken om, met de promoties, ook de daaraan verbonden verhoogingen toe te kennen. Nu worden er wel promoties gemaakt,
onmogelijk
maar dikwijls zonder verhooging van jaarwedde van den anderen kant moet er ook tegen gewaakt worden, dat provinciale besturen verhoogingen in rang niet gaan aanwenden als een gereed middel om geld los te krijgen, daarmede een weg opgaande, die hier en daar al werd ingeslagen en ten gevolge waarvan rangsverhooging plaats had, maar zonder dat de gepromoveerde in den vorigen rang het maximum der wedde in dien rang ;
is niets te doen, tenzij men invoert een geheel nieuw stelsel van regelmatige verhooging, steunende op dienstjaren, en waarvoor het Rijk dan de noodige gelden zou moeten toestaan. Maar dat zou m.i. niet de goede weg zijn. Als uitvoering zal gegeven worden
had genoten. Maar daaraan
aan
art.
136 van de Grondwet, regelende de provinciale belastingheffing,
voor de provinciën misschien de middelen gevonden worden om zelf haar griffiën te betalen uit eigen kas, en dan zal het heffen en besteden van gelden zijn in ééne hand. Ik acht dat ook het meest in overeenstemming met de autonomie der provinciën. Ik laat de vraag
zullen
in het
midden, of daarbij niet sprake
fixum van Rijkswege, ciale
gaan,
zal
kunnen wezen van een zeker
naar het bedrag, dat thans ten bate der provin-
wordt uitbetaald. Maar als het in de toekomst goed wil moeten de provinciale besturen hun eigen zaken regelen en
griffie
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's