Parlementaire redevoeringen - pagina 287
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
KRANKZINNIGENWEZEN. geraken
zekere
eene
in
en
sleur
285
maar men vergete
gaat het je goed?,
Nu moge
onaandoenlijkheid.
hard klinken, dat die heeren, de ronde doende,
niet
dat er
niet,
het
anders zeiden dan
ook patiënten
zijn,
:
in
men van den eenen op den anderen dag geen onderscheid en die nu en dan eens een aanval hebben, juist als de dokter er
wier toestand ziet,
niet
bij
Maar
is.
om
prikkel uitga,
Evenwel
geval
in elk
is
die heeren aan
het goed, dat uit deze zaal eens een
hun verantwoordelijkheid
te
herinneren.
de geachte afgevaardigde zoo goed, ook in deze zaak met het De directeuren zijn de mannen, die aan het menschelijke te rekenen. hoofd staan de inspecteurs doen veel, maar zijn er natuurlijk niet altijd zij
;
maar als zij er komen, zijn zij actief. Wellicht zal deze discussie hen nog wat wakkerder maken. Ten slotte nog een woord aan den heer Ketelaar over de pensioneering bij;
van de verplegers. Ik stem 65ste
kunnen
jaar
toe, dat
de bestaande regel, dat
worden gepensioneerd,
niet
eischen, die de aard van het verplegingswezen
zij
beantwoordt
stelt,
op hun aan
de
omdat men op
zijn
meer tot de goede verplegers behoort. Ik heb alleen in Memorie van Antwoord gezegd, dat wetswijziging noodig zal zijn,
65ste jaar niet
de
men zou verstaan, dat deze zaak met één handomslag niet opgelost kan worden. Wat de zaak der traktementen, eveneens aangeroerd door den heer Ketelaar, betreft, gelieve de geachte afgevaardigde te opdat
bedenken, dat
in deze traktementen aan de Rijksgestichten inbegrepen woning, voeding, geneeskundige behandeling, enz. En ik moet toch
is
wanneer men menig onderwijzer vroeg: zoudt gij, als u woning, enz. verschaft, en bovendien f250 gegeven werd, dit noemen een klein traktement? hij zou antwoorden, dat hij het met zijn
zeggen,
dat,
voeding,
gezin zoover nog niet gestuurd had.
Handelingen,
Door den heer Van Asch Van Wijck ter
sprake gebracht, en ik
dat
zij
mijn
zal er
warme sympathie
is
blz.
Door
— 550.
de zaak der homoeopathie
wel niet aan behoeven
heeft.
549
te
herinneren,
dien geachten afgevaardigde
de vraag aan de orde gesteld, op welke wijze het tot dusverre ter zijde gedrongen belang, dat in het algemeen onze volksgezondheid bij de homoeopathie heeft, het best zou kunnen gediend worden zooals het
is
behoort.
maar
Hij
dat er
zegt,
dat
er geen
hoogleeraar
moet
zou moeten worden toegelaten een
der geneeskundige
kliniek
aan een
worden
arts,
benoemd,
die aan een deel
van de Universiteiten de homoeo-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's