Parlementaire redevoeringen - pagina 342
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
:
ZITTING 1902—1903.
340
aan de Regecring werd medegedeeld, dan alleen dit, dat op het Centraal Station een rangeerder den dienst geweigerd had. Later vernamen we, dat in
op den 30sten Januari onmiddellijk door de directie te Amsterdam onderhandeling was getreden met het hoofdbestuur van de vereeniging
en dat tusschen de directie en dat hoofdbestuur, op éen punt na, de zaak reeds tamelijk wel in orde gebracht was. Het ééne punt, waarop het nog hing, was de vraag, of de Regeering ontslag van art. 31 zou kunnen geven. Welnu, de directie had zich bereid verklaard aan het hoofdbestuur,
wanneer de daarover
bij
directie
de Regeering
ook
het
te
gaan vernemen of de Regeering, art. 31 toegaf, harerzijds haar
punt van
hard zou vallen.
niet te
door het hoofdbestuur mededeeling gedaan aan de directie van de Staatsspoor en wel in een telegram, dat van dezen inhoud was „dat directie Hollandsche Spoor hun heeft toegezegd die directie aan
Hiervan
is
Regeering
zal
verzoeken
om
ontheffing te verleenen van verplichting
vervoer van goederen haar bij de overeenkomst opgelegd; verder Spoor geene rancune zal nemen tegen gestaakt hebbend
tot
dat Hollandsche
personeel, dat personeel in tegenwoordige positie zal handhaven en
over
stakingsdagen
gedelegeerd
volle
voor
lid
spoorwegorganisaties
bezoldiging
vervolg bereid te
uit is
te
keeren;
aangevraagde conferenties van
verleenen. Langs dezen
verzoek
weg wordt aan
Regeering Staatsspoor verzocht bovenbedoeld steunen en verder tegenover personeel zelfde standpunt in te Hollandsche
Spoor.
hoofdbestuur
bij
Wordt aan
dit
ook
vervolgens dat
bij
directie
te
onder-
nemen
als
verzoek gevolg gegeven, dan
zal
de stakers krachtig op hervatting werkzaamheden aan-
dringen."
Ook
uit
nadere
besprekingen
daarover door den 30sten kregen Amsterdam, dat wel de staking bleef is
bevestigd,
Amsterdam onderhandeld was.
de
directie
wij
bovendien de mededeeling
in
uit
dat
Op
doorgaan en ook het Centraal Station aantastte, maar dat die staking zich uitsluitend bleef bepalen tot het goederenvervoer uit de Rietlanden en Oostenburg,
en
dat
de staking zich niet
men nog tot
het
dat hiertoe in elk geval niet
de
besprekingen
kennisse
kwam,
steeds in de overtuiging verkeerde, dat
personenverkeer zou uitbreiden, en ook, zou overgegaan worden, alvorens men van
met de Regeering kennis had.
Toen
dit
te
onzer
stond de zaak dus zoo, dat de Regeering alleen nog
maar deze wetenschap
bezat, dat er
voor het goederenvervoer
uit
de
Rietlanden staking was, en dat er misschien ook eene staking voor het
personenvervoer, wat het Centraal Station betreh, zou komen, maar dat hieromtrent nog nadere mededeelingen konden worden ingewacht.
Bij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's