Parlementaire redevoeringen - pagina 600
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
598 door het
hij
van die vraag haar
stellen
voor het eerst
niet
bij
mij heeft
doen opkomen, want zij heeft mij reeds bij de eerste uitvoering beziggehouden |en er is voortdurend aanleiding voor mij geweest, mijn aandacht op haar gevestigd te houden. Maar, gelijk de geachte afgevaardigde zelf reeds gezegd heeft, voor verandering daarin zou wetswijziging noodig zijn in een stadium verkeeren, waarin er genoeg zeggen, dat het dien weg uit moet. kunnen zekerheid bestaat om te eene inrichting in Het denkbeeld van den geachten afgevaardigde het leven te roepen, op welke wijze dan ook, om een afzonderlijk soort is schoon, maar hij zal mij personen voor deze inspectie op te leiden toegeven, dat het getal personen met een dergelijk diploma, waaraan
en ik meen, dat wij nog niet
—
—
behoefte
voorloopig
bestaat,
zóó
gering
dat daarvoor moeilijk een
is,
afzonderlijke opleidingscursus in het leven kan worden geroepen.
Dat
het
komen,
eerste
verslag
van den Gezondheidsraad nog
niet is uitge-
een gebrek, door het opeenhoopen van werkzaamheden veroor-
is
moet den geachten afgevaardigde verzoeken, dit aan eene in het van haar bestaan zijnde inrichting niet te hard aan te rekenen. Handelingen, blz. 835.
zaakt, en ik eerst jaar
Mijn antwoord aan den geachten spreker niet
dan
verder
tot
deze
verklaring, dat
thans bestaat, niet aan zijn verlangen
gezegd, zijn,
waarop het
wijziging
dat
de
indien
bij
Zutphen ging zoo straks de organisatie, zooals
kon voldaan worden.
der bestaande organisatie niet zou
te
gang van zaken de moeilijkheden bleek op
en de geachte spreker
hij
uit bij
uit
Goes wezen?
zij
daarmede overwegen
Is
te
leveren,
Ik zeide alleen, dat
de thans bestaande regeling niet zou gaan, het gebied van eene
hoofdinspectie
in
twee
ressorten
te splitsen,
speciaal
voor de woning-
inspecteurs.
Wanneer men
war kan loopen, dan moet behandeld worden door de inspecteurs onder leiding van de hoofdinspecteurs en wanneer de hoofdinspecteurs den arbeid, welke, juist als niet van zoo ingrijpenden aard zijnde, de speciale bezigheid noch van den ingenieur, noch van den architect is, wenscht te verdeelen, dan zal daartegen uit den aard der zaak geen bezwaar bestaan. Ik heb dus niet gezegd, dat ik de zaak niet wil overwegen, maar alleen, dat thans niet aan het verlangen van den geachten spreker kan worden voldaan. Handelingen, blz. 836.
antwoord
ik
vraagt,
ontkennend.
of de zaak thans in de
De
zaak
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's