Parlementaire redevoeringen - pagina 182
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901—1902.
180
Wanneer de Kamer, nadat
heb gehad, het
stelsel van van oordeel is, dat het beter is, de eerste drie jaren de benoeming aan Gedeputeerde Staten te laten, Zij handhaaft echter haar zal de Regeering er niet voor terugdeinzen.
de
Regeering
stelsel
om
ontwerp
nader
toe
gelegenheid
ik
te
lichten,
twee redenen. Ten eerste omdat, wanneer dit stelsel uit het wordt en de benoeming voor de eerste drie jaren recht-
gelicht
streeks aan Gedeputeerde Staten wordt opgedragen, gedurende die jaren het element
van de werklieden en van de werkgevers te minder welkom zijn
invloed heeft. Dat zou daarom
omdat
Regeering,
juist in
De tweede
haar
is,
werp
licht
niet
en
den lande geen
in het
oog van de
de eerste drie jaren de hoofdbeslissingen in
de jurisprudentie zullen vallen. stelsel
in
terugneemt,
waarom de Regeering
reden,
wanneer men
dat,
het
uit
het
ont-
eenvoudig bepaalt, dat binnen een bepaald aantal jaren
wettelijke regeling moet worden voorgedragen, de Regeering bij ontwerpen dier wettelijke regeling geen andere gegevens hebben zal dan die, welke zij nu reeds bezit; alle experiente zal ontbreken. Maar al moge men in de Kamer en ook in de pers met zekere min-
e ene
het
achting op het Regeeringsvoorstel hebben neergezien,
voerbaar
en bruikbaar tegenvoorstel
is
niet
een practisch
gedaan, zoodat
wij,
uit-
indien
kwamen, niet anders zouden kunnen doen dan hetzelfde maar zonder experientie en dan in den vorm van eene Indien het mogelijk ware, den wettelijke regeling, hier te brengen. termijn zóó lang te stellen, dat wij de corporatieve organisatie konden tOt stand brengen, of wanneer in den tusschentijd het evenredige stelsel zóó kon worden uitgewerkt, dat wij daarmede gereed waren, dan zouden zeker alle regelingen denkbaar zijn, maar op dit oogenblik verklaart wij er aan toe
denkbeeld,
de Regeering, dat haar geen ander practisch
zij
uitvoerbaar acht en
stelsel
dat
zij
aan de hand
daarom
dit
is
gedaan, dat
stelsel
moet hand-
haven.
Mijnheer de Voorzitter!
Het
zij
mij
vergund,
gunning zoo straks reeds van u ontvangen
—
,
—
ik
heb die ver-
naar aanleiding van deze
verklaring ook tevens
iets te zeggen over de amendementen, ingediend door de Commissie van Voorbereiding en door de heeren Bos c.s., ten einde in deze wet de bepaling te doen opnemen, dat binnen een be-
paalden termijn die
nadere wettelijke regeling
bepaling heeft
zal
worden
de Regeering geen bedenking.
geëischt.
Tegen
Integendeel, in haar
plan heeft niets anders gelegen dan om, zoodra eenige experientie zou
opgedaan, welke deed zien, dat wij tot wettelijke regeling kunnen komen, daartoe over te gaan. Het is de vaste overtuiging der Regeering, dat het hier eene regeling van rechten geldt, die slechts uit noodzaak zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's