Parlementaire redevoeringen - pagina 571
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
Zwendel en speculatie.
569
€en onnoozele te hebben gehandeld. Maar hebt gij oorspronkelijk die meening niet gehad, dan is dit een oordeel, dat gij achterna velt, om nu de staking op den achtergrond geraakt is u zelf vrij te pleiten en de schuld op anderen, in casu op de Regeering te werpen.
—
—
Verder meende deze spreker, als in
zoo doorgaat, wij hier even-
dat, als het
Frankrijk zullen krijgen eene clericale en eene anti-clericale
Het komt
mij voor, dat het
maar
het best
is,
partij.
dat aan de toekomst over
Het zou dan in elk geval eene negatieve leus zijn, die de heeren saambond, en men behoorde dan bovendien eerst te weten, door welke positieve beginselen die anti-clericale partij zou worden bijeenlaten.
te
gehouden.
De
quaestie van de ambtenaren
V
bij
de Rijksverzekeringsbank zal nog
sprake komen,
wanneer ik eerst een onderzoek heb ingesteld naar wat er waar is in het beweren van den heer Troelstra. Overigens moet ik toch zeggen, mij niet te kunnen voorstellen, dat ook hoofdstuk
bij
ter
z. i. die ambtenaren niet het recht zouden hebben, met hun geestverwanten op vergaderingen over politieke onderwerpen te spreken. En wanneer de geachte afgevaardigde zegt, dat de Rijksverzekeringsbank
is
eene anti-revolutionaire kazerne, dan vraag
iets
ik,
of wij dan vroeger wel
anders dan liberale kazernes hebben gehad. Immers,
als
men
vraagt,
van welken geest de heeren van allerlei andere Rijksinstellingen zijn, dan is het antwoord voor het grootste deel zijn zij liberaal. Eerst wanneer de heer Troelstra begint met die liberale kazernes te zuiveren, zou mijnerzijds - wanneer het mocht blijken, dat de Rijksverzekeringseene poging kunnen worden bank eene „anti-revolutionaire kazerne" is aangewend om ook daarin een „frisscher geest" te brengen. In verband met de zwendelarij heeft deze spreker gevraagd, of er niet van Regeeringswege eene pers-enquête zou kunnen worden ingesteld. Indien daartoe mocht worden besloten, zou dit moeten geschieden bij de wet. Ik zou intusschen willen vragen, of de Nederlandsche pers verdient, :
—
haar den
smaad aan
behoort toch wel
te
te
doen,
zulk eene enquête in
verstaan, dat eerst dan daartoe zou
te
stellen.
Men
kunnen besloten
worden, wanneer van onderscheidene kanten feiten openbaar werden, die toonden, dat de pers zich voor een groot deel aan de haute finance heeft verkocht. Maar als wij te doen hebben met eene pers als de onze, die in elk geval nog het merk draagt van soliditeit, een merk, dat zij
—
hebben hier toch nooit eene reptiliënpers Regeering hier groote sommen gehad; wij gaf dan meen ik, dat wij niet uit de geheime fondsen aan de pers op die pers de blaam mogen werpen, om voor haar, of voor een deel in
vele
landen
mist,
hebben nooit
wij
beleefd, dat de
—
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's