Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 336

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 336

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

328

Hfst. III. §

2.

Van

Canonicum.

10

ANTONIO POSSEVINO.

1.

deze zes theologische professoren gaven twee

college in de Theologie in het algemeen, één over de

H.

Schrift,

één over Thomas, één over Scotus en één over Durandus. Voorts

was

één

er

voor het Hebreeuwsch,

hoogleeraar

één voor het

Chaldeeuwsch, één voor het Arabisch, één voor het Grieksch; en

nog zeven hoogleeraren,

voorts

die college

gaven

in

de Grammatica,

de Rhetorica, de Mathematica, de Musica, de Philosophia naturalis en de Philosophia moralis.

En

waren

eindelijk

er

bij

deze universi-

nog twintig collegia, die de ascetische opleiding bevorderden. In naam lag de studie der H. Schrift aan alle deze studiën ten

teit

grondslag,

iets

wat ook Possevino zoo wilde.

„Super sacrarum

quam Theo-

litterarum fundamentis Doctrina scholae constituitur,

logiam scholasticam dicimus" dat

de H. Schrift

hij

en dat in verband hiermede sprake brengt;

ter

Jiistorie

om

de zucht,

Opmerkelijk

p. 252).

een

als

zijn eerste

iets,

waarbij

hij

is

het hierbij,

liber Historiac opvat,

boek bijna

guod semper kracht

het

in

(I.

hoofdzaak

in

uitsluitend de

gedreven werd door te

zoeken tegen de

Reformatie. „Nimirum ex historia in mentes nostras admittimus, uti

antegressas omnes aetates, ac

hospitium,

in

grinos, qui varias obierint provincias, excipimus"

behandelt daarbij

hij

hij

boek

II

wat op de

al,

hoewel

in

tamquam

(I.

p. 66).

pere-

Daarna

deze divina historia zelve, en bespreekt bibliologisclie

vakken betrekking heeft

eigenlijk de geheele Theologie als historia divina opvat.

Hij zegt toch op blz.

148:

„Haec

res fecit, ut

Divinam eamdem

Historiam, sive Theologiaw, distribuentes in Positivam (Bijbelsche), in Scholasticam, in Practicam, in

controversam

ab Ecclesiae capite absciderunt; cum Gentibus, tiones

et

Indis

novi Orbis;

assignaverimus".

Bij

haeriticis,

varios

cum iis, qui sese cum Iudaeis, cum

unicuique libros vel sec-

de positieve Theologie bespreekt

dan het Hebreeuwsch en Grieksch, den tekst der H. vertalingen,

de

Thcologia Scholastica omschrijft

als

hij

„sermo ac

quae sacrarum literarum nixa fundamentis, subiectumque

habens,

de

onderscheidene autores der Schrift, de antiqui-

de Chronographie. de Glossatores en Commentatores.

teiten,

tum,

Schrift,

hij

propositum,

ex principiis

fidei

a

ac

Deo

quasi

et

ratio

Deum

De

de Deo,

ipsum obiec-

versandam materiam

revelatis conclusiones colligit,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 336

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's