Parlementaire redevoeringen - pagina 391
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
DE STEENFABRIEKEN LANGS DEN
389
IJSEL.
bemerkte, dat een onderzoek van Rijkswege zou worden ingeuit eigen beweging aan den inspecteur van den arbeid hij brief geschreven, waarin hij erkende, dat hetgeen hij medegedeeld
deeling steld,
een
heeft
had het hooren zeggen van een man, die hem het hem had medegedeeld. Verder onderzoek had hij toen niet gedaan, maar naderhand, toen hij bemerkte, dat de zaak werd onderzocht, had hij zelf ook een onderzoek ingesteld en was.
had, 'onjuist
Hij
achterop was geloopen en
ontdekt, dat het verhaal onjuist was. Hij schreef
daarom aan den inspecKuyper een brief, waarin hij zeide: „De steenfabriek te Den Hem moet veel werken met personen, die geen vakmannen zijn dientengevolge schijnen voornoemde werklieden de zaak te hebben willen dwingen en het hun patroon lastig te hebben gemaakt, waarom hun werd gezegd, teur
;
lang
te
voren, dat
zij
de plaats op een zekeren bepaalden
verlaten en dat de patroon zich een ander
mannen
werkman zou
tijd
moesten
aanschaffen. Dit
onwaarheden hebben uitgestrooid." genegen is, te laten glippen hetgeen ten ongunste van de patroons wordt medegedeeld, blijkt uit het volgende nog. In het adres komt eene andere mededeeling voor, luidende: „Een lid onzer afdeeling, werkzaam op eene steenfabriek, had een ziek kind. De dokter gelastte, dat de vrouw thuis moest De fabrikant wilde de vrouw echter aan blijven om het te verzorgen. het werk hebben. Dokters bevel werd opgevolgd, de arbeider kreeg zijn ontslag en moest bovendien zijn woning (eigenaar was de fabrikant) dadelijk verlaten. Hij kreeg geen „briefje van ontslag" en kon dientenschijnen de
Dat
de
te zijn,
inspecteur,
die veel
die mij dit mededeelde, niet
geen anderen steenfabrikant aan den IJsel geplaatst worden. hij bij een boer." In verband daarmee deelt de inspecteur mij mede, dat hij ook die zaak heeft onderzocht en daaromtrent gegevens heeft gekregen van een man, dien ik niet zal noemen, omdat het voor gevolge
bij
Thans werkt
altijd goed is, hier hun namen te noemen. Die man schrijft: „Naar aanleiding van uwe toezegging, dat, zoo wij iets te schrijven hebben, wij ons met vertrouwen tot u kunnen wenden, zoo wenscht ondergeteekende zich tot u te wenden. In de eerste plaats wil ik mededeelen, dat ik de persoon ben, waarvan in het adres van het centraal bestuur van het Alg. Ned. Werkl.-Verbond gesproken wordt; in de
arbeiders niet
mede, dat hetgeen hier gezegd is de volle waarheid is, en dat van overdrijving geen sprake is. En in de derde plaats deel ik u mede, dat de verklaring, dat mijn vrouw wel bij haar ziek kind vandaan kon om andere bezigheden te doen, bijv. naar de
tweede
stad juist,
plaats
kon gaan, dat
mijn
deel
ik
onjuist
u
en geheel bezijden de waarheid
vrouw naar de
stad
is
is.
geweest, maar dat
Wel is
is
het
geschied
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's