Parlementaire redevoeringen - pagina 619
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
Vivisectie.
Mijnheer
wel
de
Er
Voorzitter!
617
twee onderwerpen besproken, die
zijn
eenig verband met elkander staan, maar toch afzonderlijk moeten
in
worden behandeld. Ten aanzien der
vivisectie
door de geachte afgevaardigden,
mij
is
heeren Van Idsinga en Brants, dank gezegd voor de vaststelling van eenige voorschriften ten opzichte van de vivisectie voor de medische faculteiten. De heer Brants heeft de opmerking gemaakt, dat de
curare
gequalificeerd
alleen
men
is
als
een onvoldoend bedwelmingsmiddel,
zou moeten gaan en het gebruik van verbieden. Ik dank hem voor deze opmerking, waarvan ik de waarde op dit oogenblik niet kan beoordeelen; maar ik wil gaarne laten onderzoeken, in hoeverre het inderdaad noodzakelijk is, die verterwijl
verder
'inziens
zijns
er
andering aan
te
brengen, en
zal
dan eventueel
gebreke
niet in
blijven,
het te doen.
tweede plaats
In de
de
wat
is
betreft de vivisectie
vorige
heb
jaar
gedaan,
is
de eerste plaats
in
op de hoogere burgerscholen en gymnasia. Het medegedeeld, dat ik mijnerzijds navraag heb op
metterdaad
of
die
scholen
plaats
vivisectie
mij toen bericht, dat er misschien wel eens hier of daar
dergelijks
iets
met de maatregelen tegen
ik reeds
hoeverre
in
Er
greep.
mij gevraagd, of ik
verder zou moeten gaan en wel
niet
vivisectie
plaats
maar
greep,
dat
men
toch niet met vivisectie in
van het woord te doen had. De geachte afgevaardigde heeft die opmerking van het vorig jaar gedisqualificeerd en gezegd,
den eigenlijken dat
om
wel het spannen van de zwemvliezen plaats
toch
pijnlijk
is.
ten
zin
Hij moet mij ten goede houden, dat, als
deze
misbruik
weren,
te
ik
vind, dat
Ik ben
pousseeren op den sentimenteelen weg. tegen de vivisectie, maar dat ik
meega met hetgeen
sectie overdrijving lijke
en
zeggen,
is.
in
mijn oogen
bezighouden
ik
mij
met de
moet
daaruit af te leiden,
de tegenstanders der vivi-
Ik heb dikwijls de gelegenheid gehad, met manne-
vrouwelijke apostelen van die richting dat
dit
van de vereeniging
men zou verkeerd doen met bij
en dat
mij wil steunen
mij dan niet
hij
lid
heeft,
hij
wel
eens
liefde
heb
voor
de
dieren
spreken, en ik moet
te
afgevraagd,
of het
niet
al
te
zeer zich
langzamerhand
het
kan hebben, dat men min of meer iets overneemt van de voorwerpen van zijn liefde. Ik zeg dat in het minst niet met het oog op den geachten afgevaardigde. Maar ik heb eens eene dierenminnares de vraag gedaan als gij eens alleen langs een water liept, waarin gij plotseling ontwaardet een kind en eene kat, beiden in gevaar om te verdrinken, waarnaar zoudt gij dan het eerst grijpen om het te redden? Men Daarop werd metterdaad geantwoord ik zou toch nog aarzelen effect
:
:
!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's