Parlementaire redevoeringen - pagina 350
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
348
Daar
bleef
het
niet
bij.
Duidelijk heeft
men
uitgesproken, dat
men
in eene algemeene spoorwegstaking tevens had gevonden het groote middel om tot algemeen kiesrecht te komen het werd aangeprezen als ;
een politiek instrument om eene Regeering tegenover eene Regeering te stellen en zich zoo een gezag te laten opwerpen in den Staat, waar het gezag van den Staat zelf aan onderworpen had moeten zijn.
Zoo werd, wat
eerst niets anders
was dan eene quaestie van
solidariteit,
om de macht in het land, die beweerde, voortaan aan elke andere macht, welke ook, in de maatschappij en den
metterdaad binnen zeer weinige dagen gemaakt
Er openbaarde
macht.
de
Staat
wet
te
kunnen
zich
een
tot
strijd
eene
stellen.
Dit ging zoover, dat de directie der
Hollandsche IJzeren Spoorweg-maatschappij
in
die
om
dagen,
slechts
noemen, een schrijven ontving van een man, die niet eens tot haar personeel behoorde, van Oudegeest, die haar geheel vreemd was, en die met Petter haar schreef: „Aangezien door u tot Sloterdijk wordt vervoerd en Sloterdijk te kort in den ring van Amsterdam ligt en als Amsterdam is te rekenen, maken wij u opmerkzaam, dat bij herhaling als voorloopige maatregel Haarlem zal worden vastgesteld. Tot Halfweg zal worden toegestaan te vervoeren. Verzoeke uwe beslissing; anders staakt Haarlem."
een
enkel
voorbeeld
te
Dat het kwaad in dien zin doordrong, bleek evenzeer uit het bedrijf van een machinist, een conducteur en een machinist-leerling te SteenDeze kwamen daar met een trein van Leeuwarden er stapten wijk. Die drie bedie opgeroepen waren. te Steenwijk 4 militairen in, ambten zeiden toen tot den stationschef, dat die vier niet mede mochten. Die moesten weder uitstappen, en anders reden zij niet. En toen die machinist daarover ter verantwoording werd geroepen, wat „Daar ik moest handelen volgens genomen besluit schreef hij toen? van de afdeelingen Leeuwarden en Zwolle van de Nederlandsche ;
Vereeniging.''
Ik ben in dienst van van eene vereeniging. Nu zeg
Ziedaar de onderstbovenkeering der machten.
eene maatschappij en ik ben tevens ik tot de directie
mogen
er
niet in,
lid
met het oog op haar trein: ik rijd niet, de militairen want ik moet doen, niet wat gij, directie, zegt, maar
wat het bestuur van die vereeniging mij beveelt. en maatschappij tegenover macht stellen. Het die
men nu ook op
politiek gebied, in
den
strijd
Dit
is
macht
in Staat
dezelfde methode, voor algemeen stem-
is
recht of voor andere politieke belangen, wilde toepassen.
Dan
zou, naar
macht der organisatie van de arbeiders als macht bevelend optreden tegenover de Regeering. Maar de Regeering heeft diezelfde methode, de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's