Parlementaire redevoeringen - pagina 140
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
— 1902.
ZITTING 1901
138
algemeen en onderscheidenlijk over de werkloosheid, die het resultaat is van het seizoen, dus over de normale, en over de abnormale, die een gevolg is van de handelsdepressie, die uit Duitschland in ons land Voorts
nawerkt.
is
gevraagd,
vakken op
de
te
werkloosheid voorkomt, ten einde daaruit eenigszins
geven, te
waarin
de
kunnen opmaken,
op welke wijze in de behoefte aan werk voor deze werkloozen zou kunnen worden voorzien. Eindelijk heb ik in de circulaire gevraagd, wat vroeger in de gemeenten tegen de werkloosheid gedaan is, en wat er op dit oogenblik tegen gedaan zou kunnen worden.
De
heer Passtoors heeft de belangen besproken van den middenstand,
en er den Minister dank voor gezegd, dat
hij,
door het zenden van
naar het congres in Namen, getoond heeft,
een Regeeringscommissaris
ook in het welzijn van den middenstand zijnerzijds belang te stellen. Dat ook de nood van den middenstand behoort tot de sociale quaestie en daarvan een integreerend deel uitmaakt, is ook mijn overtuiging. Het beperken van de sociale quaestie uitsluitend tot den nood van wat men zou kunnen noemen het proletariaat, maar ook zou kunnen noemen die klasse van burgers en burgeressen, die met de handen arbeiden, is waartegen ik mij altoos verzet heb.
iets,
op
vatten
te
als
betrekkingen Intusschen
gevaar
begint
hij
iets
tusschen
de
verkeert.
pogingen aan
middenstand
te
staat,
wat
tot
alle
standen
lieverlede
wenden om aan wat
in
zelf
initiatief
en
die
men
sociale quaestie heeft
de societas behoort,
middenstand
Van
De de
tot
de wederzijdsche
maatschappij
onderling.
nu in te zien, in welk langzamerhand begint hij
eerst
en
gevaren het hoofd
activiteit betreft,
te
bieden.
ten deze ver
arbeidende klasse achter, en eerst naarmate de middenklasse
uit
bij
De de
eigen
meer energie zal opkomen, zal het mogelijk worden voor de Regeering, te zien, of ook in het belang van die klasse iets kan worden gedaan. De heer Drucker en nog andere leden hebben de winkelsluiting besproken en hebben uit het antwoord der Regeering in de Memorie van Antwoord opgemaakt, dat ik mijnerzijds voor dit vraagstuk minder hart had. Laat mij opmerken, dat ik mij de zaak zóó heb voorgesteld, dat de regehng der winkelsluiting een onderwerp is, dat niet door mijn Departement kan worden ondernomen, wijl de bepaling, dat iemand zijn magazijn of winkel op een bepaald uur zal moeten sluiten,
initiatief
krachtiger en met
Departement van Justitie. Ook heeft het mij tot dit onderwerp bij mijn ambtgenoot van Justitie ter sprake te brengen. Mijnerzijds zou daarvoor iets kunnen gedaan worden door eene beperking te zoeken van den arbeidsduur thuis
behoort
dusverre
aan
bij
tijd
het
ontbroken,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's