Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 248

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 248

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

ZITTING 1902—1903.

246 een

gedachte,

denkbeeld,

reeds

dat

zeer

lang

in

concept was

be-

Legt men wetsontwerp op het hooger onderwijs in gereedheid te brengen, gelijk het binnenkort de Kamer zal bereiken, wat er te doen is geweest voor de invoering van de Woningwet, de Gezondheidswet en de Ongevallenwet, dan durf ik met gerustheid de vraag te stellen, of er zoo daar aan den anderen kant naast, wat het inhoudt,

sproken.

een

weinig aan het Departement van Binnenlandsche is

Zaken

in

deze maanden

uitgevoerd.

Men

van de

heeft intusschen het recht,

de vraag

te

welk

stellen:

is

zijde

uw werkplan?

der

Kamer der Regeering

In

antwoord daarop ver-

oorloof ik mij, te doen opmerken, dat de Regeering haar werkplan in de

Troonrede volledig heeft neergelegd. Ik zal datgene, wat daarin nogmaals voorlezen, maar, daar ik begrijp, dat het bij velen in vergetelheid is geraakt, meen ik wel, naar die eerste Troonrede nogmaals Wanneer men echter van den anderen kant zegt: te mogen verwijzen.

eerste

staat, niet

moet onderscheid maken tusschen wat urgent en ik dat toe; maar ik zie niet in, dat ik eenigszins zijn geworden aan mijn eigen overtuiging, want in die Troonrede komen juist de drie dingen, die ook ik zelf mede als van urgenten aard op den voorgrond heb helpen schuiven, alle drie voor.

dat

is

wel zoo, maar

minder urgent ontrouw zou

Ik aarzel

is,

niet,

te

gij

dan geef

verklaren, dat de Regeering die drie aangelegenheden:

de zaak van de verzekering en de zaak van de tariefsherziening, steeds blijft beschouwen als de hoofdtaak, waarvoor zij is opgetreden. Over het onderwijs heb ik reeds gesproken. Wat het verzekeringswezen betreft, is aangegeven, dat het Kabinet van oordeel is, dat naast de Ongevallenwet, gelijk die nu bestaat, ook moet komen eene Ongevallenwet voor de zeevisscherijen en den landbouw, vervolgens eene de

zaak van het onderwijs,

verzekering invaliditeit

Van

Vliet

tegen

en

de

krankheid

ouderdom.

daarnaast

legt,

en

eindelijk eene verzekering tegen

Wanneer men de opmerking van den heer die

ons

zegt:

ziekteverzekering

hadt

gij

daarna moeten nemen, want die heeft niet dat belang voor den arbeidan denden stand, dat de invaliditeits- en pensioensregeling heeft, wensch ik op het volgende te wijzen. Ten aanzien van de ziekteverzekering is ons gebleken, dat op een aantal van 800.000 personen, dat bleek verzekerd te zijn voor begrafeniskosten, gevonden werd een getal van 500.000, dat verzekerd was voor genees- en heelkundige behandeling, en dat op die massa niet meer dan 150.000 verzekerd waren voor ziekengeld. En gaat men dan na, hoe klein het ziekengeld voor velen nog is, dan rijst de vraag, of de nood en de ellende, door ziekte in het arbeiders-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 248

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's