Parlementaire redevoeringen - pagina 232
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
230
van dit wetsontwerp was, dat tot ongerustheid stemde, maar ook de opgewekte hoop op uitgebrieder reactie tegen de arbeidswetgeving. Hij meende, dat de Regeering tegen deze reactionaire bedoeling zich niet door een sterk protest had gewapend. De geachte afgevaardigde zou dit niet hebbengezegd, indien hij kennis had genomen van wat voorkomt in het verslag van de vergadering van 17 October j.1. der Eerste Kamer, bladz. 37, 2de kolom, waar deze woorden voorkomen: „Indien dan ook het denkbeeld
mocht hebben post gevat, dat de hier voorgestelde maatregel verraden zou eene poging van de Regeering, om het met het beginsel van de Arbeidswet op dit punt minder ernstig en nauwgezet te nemen, alsof men hier een zeker precedent had, waarop hope kon worden gebouwd, dat naderhand, door verslapping van het beginsel, het 'der industrie gemakkelijker zou worden gemaakt, wensch ik klaar en duidelijk uit te spreken, dat hij, die dit mocht denken, zich in mijn overtuiging ten eenenmale vergist. Integendeel, ik zal nooit op dien weg medegaan."
kom nu
Ik
spreking
afgevaardigde
gebracht. te
mogen
de
uit
nemende rede
den heer
Goes,
er aanspraak
qualificeeren, is,
niet
ik
en
deze
rede
de meest belangrijke
als
zoo hoog
kwam
breedere
den
be-
geachten
De Savornin Lohman, wiens
om daarmede
spreker een terrein betreden hetgeen ter sprake
ontmoet daarbij
uit-
op kan maken, het eerst in debat te worden van de zijde der Regeering als uitnemend
andere redevoeringen tekort meent,
eene eenigszins
dat
Ik
coalitie-idée.
Die rede meen
debat vernomen
punt,
het eerste
tot
vraagt,
in
rede,
die
bij
dit
aan de waarde of beteekenis van
te
willen doen,
te
mogen
maar omdat de Regeering
aanslaan, aangezien die geachte
ruimer en breeder van afmeting dan Hij heeft aan de overige redevoeringen.
heeft,
de rechterzijde metterdaad met die rede de stem van een staatsman laten hooren. Hij heeft getoond,
te
gevoelen en
menig ander aan de rechterzijde, majority" van het hoogste belang is, de
dan
heeft,
zij
niet te
begrijpen, misschien
dat
een
positie
meer
„working
voor van de meerderheid, die
het
hij heeft getoond het ware besef, dat in kleine verzwakken van de meerderheid kan gelegen
verspelen
dissidentiën zoo licht het
te
;
hij heeft gevoeld en begrepen, hoe noodzakelijk het is, op een gegeven oogenblik een juist en kort woord van vertrouwen te laten hooren. De Regeering betuigt dien geachten spreker voor dat gesproken woord dan ook haar dank.
zijn
;
Intusschen
gemaakt,
hem ook
en de
die
de
heeft
mijns
hij,
wat
de
inziens
Regeering
geen
coalitie-idée aanleiding
coalitie-idée
betreft,
aanvulling behoeft. verschil
kan geven
van tot
Er
eene
opmerking
bestaat tusschen
gevoelen
daarover,
dat
misbruiken, die kunnen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's