Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 209
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
mag
diensten"
de philosophie niet op één
echter
diversa
„Philosophiae
gesteld.
ZACHARIAS URSINUS.
Hfst. III. § 75.
2.
Hij
ratio".
est
201
worden
lijn
erkent namelijk
het bestaan van eene vera philosophia, die wel veelszins van de doctrina ecclesiae verschilt, „tarnen nee pugnat cum ea nee est mendacium, ut aliarum sectarum falsae doctrinae"
ze
;
is
veeleer te waar-
deeren als „veritas et quidem quasi radius sapientiae Dei, mentibus
hominum
Hoezeer elk goed Christen zich
in creatione impressus".
dus van de studie dezer valsche godsdiensten hebbe te onthouden, de studie der philosophie is hem zeer aan te raden, mits slechts het onderscheid tusschen de doctrina Christiana en de doctrina philosophiae niet worde voorbijgezien. Een onderscheid, dat volgens
Ursinus hoofdzakelijk in deze drie punten
is
gelegen:
i.
dat de
philosophie uitsluitend argumenteert uit de gegevens van het natuurlijk leven, terwijl het Evangelie praeter et supra naturam est
2
;
dat de doctrina Christiana zuiver en volkomen
.
en
3
.
eas quas retinet .... imperfecte et obscure proponit"
dat alleen het Evangelie ons het
eeuwigen levens ontdekt,
troost des
de
terwijl
„evangelium prorsus ignorat, legis praecipuas partes
philosophie omittit, et
is,
;
wezen der zonde en den
terwijl
de philosophie „causam
nostrorum malorum ignorat et consolationem veram neque intelligit, neque praestat". Omgekeerd leert daarentegen de philosophie eenige
„artes
atque scientias
non docentur, sed
tarnen
usum habent" p. (48). Toch strijdt de ware Christiana als
in
nooit;
strijd
behoort
niet
in
quae
utiles,
ea
tradenda
in et
doctrina ecclesiae
discenda aliquem
philosophie, als zoodanig,
want hetgeen
uit
de schriften
met de waarheid door de ketters tot
de
philosophie.
met de doctrina der philosofen is
aangehaald,
„Philosophica non
sunt,
sed
inanes argutiae humani ingenii et ulcera verae philosophiae"; of
ook het
zijn
wel deugdelijke philosophische stellingen „sed per-
peram ad Theologiam accommodata" dan ook beweerd,
(p.
48).
Ten onrechte
is
dat de philosophie ons uit zichzelve tot de
kennis van den waren
God
zou kunnen brengen.
Zij
kan
als
Theologia naturalis ons wel het besef geven van het bestaan van een God, maar laat ons omtrent de vraag: quis sit verus Deus? in
het
onzekere.
Want
wel
zijn
er zekere „testimonia de Deo,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's