Parlementaire redevoeringen - pagina 141
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ARBEIDSMISSTANDEN. der winkelbedienden, maar
kunnen
ik
139
erken gaarne, dat die maatregel daarom
omdat de winkelier, die nering doet en verkoopt zonder hulp van bedienden, misschien met behulp van leden van zijn eigen gezin, een te zware concurrent blijft voor hem, wien het niet mogelijk is op gelijken voet te handelen. Ik meen metterdaad, dat voor de winkelbedienden moet gezorgd worden, en dat, zoo het blijkt niet anders te kunnen, ten slotte zal moeten overgegaan worden tot het nemen van een maatregel, waardoor de winkelsluiting, als zoodanig, geboden wordt. Ik veroorloof mij echter toch, op te merken, dat daarbij nog te veel andere belangen in het spel komen, dan dat ik van deze plaats mij thans daarover reeds in concludeerenden zin kan uitlaten. Voorts zijn ter sprake gekomen de misstanden die op verschillende Ik verwijzen nog bestaan bij wat men gewoonlijk den arbeid noemt. heug er mij over, dat in deze Kamer, van verschillende zijden en uit naam van onderscheiden partijen, niet dan ééne neiging uitkwam om het bestaande kwaad op te sporen en, waar het ontdekt wordt, te vergeen Er is helpen. en dit is mij ook eene oorzaak van vreugde enkele stem meer gehoord, die zich tegen maatregelen met dit doel verzette en die het belang van wat men wel eens noemt het kapitaal, in zoover het zich zelf vermeerderen kan door misbruik te maken van den arbeid van den arbeidenden stand, in bescherming heeft genomen. Hieruit toch blijkt, dat de geest, die in de laatste 20 jaren ook in ons ik land meer doorgedrongen is, de geest, die erkent, dat op dit terrein zeg niet altijd door schuld van de patroons, maar uit welke oorzaken dan ook ergerlijke misstanden heerschen, en die bereid is, de hand aan den ploeg te slaan, ten einde die misstanden op te heffen, ook onder ons nooit afdoende zal
zijn,
—
—
—
—
dat daaromtrent eene communis opinio bestaat. dan ook genoegen gedaan, dat van onderscheidene kanten sprekers zijn opgestaan, die opnieuw een poging gewaagd hebben, op nog bestaande misstanden te wijzen. Ik meen, dat metterdaad de
zoo
is
Het
heeft mij
toegenomen,
wanneer de vertegenwoordigers van het volk uit zijn verschillende kringen, waar zij zulke misstanden ontdekken, deze hier ter sprake brengen, vooral als het geschiedt met den ernst en met dien geest van gematigdheid, waardoor de beraadberaadslagingen hier nuttig kunnen
zijn,
— uitgenomen het gesprokene door den geachten afgevaardigde Rotterdam — zich kenmerkten.
slagingen uit
Ik eerst,
zonderde genoemden geachten afgevaardigde uit, omdat hij voornaar mijn overtuiging, tegen de advocaten zich een uitval heeft
veroorloofd, is
die
hier ter plaatse niet
volkomen waar,
dat,
onweersproken mag blijven. Het bezitter, iemand die wat heeft,
wanneer een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's