Parlementaire redevoeringen - pagina 421
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ONDER DE WAPENEN HOUDEN VAN
419
MILICIENS.
heeren, met al de woorden, waarover zij beschikken, daarvan maken, dat het op het preteritum slaat. Indien de geachte sprekers
toch de nooit
hierover
kunnen
heenstappen,
willen
het
niet,
dit
betrekking
heeft,
mag
Of
niet.
is
dan
zeggen wij van onzen kant: wij ons onmogelijk, omdat hetgeen op het futurum
nooit pieteritaal
Kamer
de
dit
is
te
maken.
goed vindt of
kan
Dit
niet,
is
zekeren zin onverschillig, aangezien daaromtrent ieder naar overtuiging
lijke
De
heeft
lichtingen naar huis zijn gezonden.
Hoe
teekening
dat
ter
blijven
militairen
voorleggen,
onder
wapenen,
de
behagen?
Gevoelt men dan
en wat wij
niet
Gisteren
zijn
niet,
besluit,
wil
men Haar
de
reeds
zoolang
dat dit iets
dit
in
persoon-
naar
dit is,
waarbij de
thans eene verhuis gezonden
Hare
wat wij
Majesteit zal niet
kunnen
mogen doen?
door mij gevraagd, of het
is
en
handelen.
te
Koningin heeft kort geleden geteekend een
klaring
niet
der Regeering
niet
mogelijk was, een amende-
bezwaar zou kunnen opgeheven Dat is het ook, maar hoe kan het vreemde hier ontbreken, waar wij staan voor een vreemd geval, voor een geval, waarvan geen antecedent bestaat, wijl in art. 110 niet voorzien is het punt, waarop het hiet aankomt, een geval,
ment
te
worden.
formuleeren,
Men
waardoor
zag hierin
iets
het
vreemds.
waarvoor geen regel is aangegeven en waaromtrent intusschen toch Was er kans geweest, het ontwerp met moet gehandeld worden. het artikel in overeenstemming te brengen, nadat de lichtingen naar huis waren gezonden, dan zou niet aan de Kamer gevraagd zijn, een voorstel te doen tot wegneming van het tegenstrijdige, doch dan zou Nu zijn er drie pogingen de Regeering daarmede zelf zijn gekomen. is dus te beantwoorden, vraag van dien aard aan de hand gedaan. De of door een der drie aan de hand gedane, maar nog niet ingediende, amendementen, het bezwaar zou zijn opgeheven. Eén van die drie pogingen ging opperde, bij
de
te
militie
van den heer Goeman Borgesius, die het denkbeeld „het onder de wapenen blijven van de ingelijfden land van de lichtingen 1901 en 1900, die ingevolge de
uit
lezen te
:
van art. 110 der Militiewet 1901 krachtens Ons besluit van den 15den Februari 1903 onder de wapenen Daardoor wordt echter in zijn geroepen, wordt bepaald tot 6 Mei." geen enkel opzicht te gemoet gekomen aan de geopperde bedenking. Bij aanneming van een dergelijk amendement zou immers in het wetsontwerp blijven staan de uitdrukking „onder de wapenen blijven". Dat bepaling
van
kan ook
niet anders.
het
de
eerste
zinsnede
Want
het zijn de
„onder de wapenen blijven"
niet
woorden der wet. Bovendien kan bepaald worden op 6 Mei, wijl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's