Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 275
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
2.
morum bijkomen, maar wie
integritasque
bespeurt toch aanstonds, hoe
terugkomt
eruditio"
op
BUDDEUS.
Hfst. III. § 87.
waarin
eruditie,
zekere
zijn praefatie doorleest
rusteloos op de „exquisita solidaque
hij
pag. b.
(praef.
267
verso); een herhaald dringen
1
met
tegenstelling
opzettelijke
het
Even duidelijk blijkt uit Buddeus' voorrede, dat hij zich bewust was van zijn breuk e met de oude orthodoxie, die sinds het einde der i7 de eeuw al meer terrein verloor; eene wijziging, die volgens Buddeus met eene wijziging onmiskenbaar
Piëtisme
is.
de algemeene geestesrichting samenhing.
in
„Ecquis enim
est,
que consistere
Hij
schrijft
qui ignoret, litterarum studia non
sed
loco,
eamdem
mutari? Certe qui,
quotidie
toch
uno eodem-
illorum hodie esse faciem, sibi persuaserit, quae ante viginti, aut
omnino
triginta annos, fuit, se
ignarum eorum omnium, quae
Quod
urbe erudito geruntur, demonstrabit.
genere
se habet, sic nee eam,
ita
decet, mutationis istius
En ook
dat
denken, dan
expertem
manifestum
incrementis,
partium"
est" (praef. p. a.
bijeenzameling van
het nieuwe, dat
fatis,
allerlei historische bijzonder-
hij levert, als:
toch
te verhelen. Zelf
„tractatio
de origine,
corruptione, emendatione singularum theologiae
(ibidem).
hierdoor
Eerst
hoopt
hij
duidelijk
uitkomen „quam
late tJicologicae eruditionis pateat
Buddeus
dan ook metterdaad
levert
2).
deze eruditio minder als poging tot zelfstandig'
als
hij
in
eruditionis
qua theologum imbutum esse
esse.
heden bedoeld was, toont Buddeus allerminst omschrijft
omni
ut in
niet
campus"
te
doen
(p. b. 2).
slechts een catalogus
van de voornaamste geschriften over elk vak, gelijk Lange nog deed, maar geeft ook historische overzichten van de wijze, waarop elk vak zich ontwikkeld heeft. Hij volgt daartoe de eenigszins zonderlinge indeeling in: thetische Theologie, met bijvoeging
van de Symboliek, de Patristiek en de Moraal. recht,
het Kerk-
of de iurisprudentia ecclesiastica. Voorts de Polemiek.
ten slotte de Exegese. die
Dan
blijkbaar
waarbij
hij
vaardigt:
door
Een noch
zijn
logische,
historische
En
noch volledige indeeling,
neiging beheerscht werd, en
de vooraanplaatsing van de Dogmatiek aldus recht-
„Ad
singulas
theticam seu dogmaticam
porro .
.
.
dum descendo
theologiae partes.
primo, ut par erat, posui loco.
Cum
enim fundamenta, seu elementa theologiae. exhibeat, nonsineratione
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's