Parlementaire redevoeringen - pagina 564
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903-1904.
562
En waar
alzoo
zelfstandige
alle
aan den geest wordt ontnomen,
actie
spreekt het vanzelf, dat het ecarteeren van God uit het Staatsrecht hier tot eene veel absoluter conclusie is gekomen. Dit standpunt is zelfs niet
voor verdere deductie vatbaar, maar leidt tot verwildering van den geest, gelijk die bij anarchisten en nihilisten voorkomt. Mijnheer de Voorzitter,
waar
25
mij
Alleen
sprekers
zijn
Het komt
nog.
dit
besluiten,
en bied aan de
Kamer
mijn
heb beziggehouden maar voorafgegaan, had ik eenigen tijd noodig.
dat ik haar zoo lang
aan,
verontschuldiging
ik ga
in
;
Kamer aan op het recht; maar wanneer men God uit het recht heeft voor het recht meer te vinden is. Men deze
hierin bestaat de moeilijkheid, dat,
geëcarteerd, er geen vastigheid heeft
voor
het,
in
begrepen,
heeft
alle critiek
ieder
weet
ik
Doch men
dan zou weet
gezocht,
het
recht.
het jus posiiivum, het geschreven dat
men
dat
zich,
er
kwam; want
er zoo niet
op de wetgeving uitgesloten
zijn
geweest.
En
toch
zeer wel een wettelijk voorschrift kan
Er moet dus eene hoogere autoriteit zijn dan het geschreven recht en het is nu maar de Op het standpunt van den Koran vraag, waar wij die vandaan halen.
zijn,
dat
hij
naar
zijn
innerlijk besef onrecht noemt. ;
en van de Israëlieten
is
er eene absolute openbaring van het recht, die niet
voor verdere ontwikkeling vatbaar is. Onder Christelijke leiding daarentegen moet gezocht naar een recht, dat geen absoluut vasten vorm Men heeft, maar kan wisselen naar tijd, plaats en omstandigheden. heeft bij een vroeger debat mij gevraagd, of ik meende, dat het recht immobiel was. Ik heb die vraag toen ontkennend beantwoord en herhaal
het
toegaat,
Maar vraagt men, hoe
nog eens. vanzelf of
door
's
die evolutie
m.enschen toedoen, dan kan
van het recht
men
tweeërlei
antwoord geven. Zegt men vanzelf, zooals de sociaal-democraten doen, dan is verdere redeneering onnoodig en doet men het best, de zaken
maar
te laten
loopen.
Dan komt
alles
vanzelf terecht.
Stelt
men
zich
op het standpunt van den heer Van der Vlugt, en meent men, dat menschelijk denken invloed heeft op de formatie en ontwikkeling van het recht, dan komt de vraag naar het criterium, naar, zooals de heer Nolens het in zijn schoone rede noemde, de wet van het recht. Waar wordt die wet van het recht gevonden? In het stoffelijke? Dan wordt men sociaal-democraat. In het geestelijke? Dan staat men tegen de sociaal-democraten over. Maar wanneer men eenmaal zegt: in het geestelijke, dan moet al verder gevraagd waar het criterium ligt. Zoekt daarentegen
men
het in abstracto, in het menschelijk denken,
dan
zijn
mr. Jhering,
Van der Vlugt, de mensch Troelstra en de mensch Marx geheel Maar wij Christenen zeggen, dat het niet ligt in den mensch, maar
mr.
gelijk.
dat de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's