Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 458

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 458

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

ZITTING 1903—1904.

456

kan bestaan tusschen den burgemeester en de leden van den raad; en de heeren, die de vrouw benoembaar achten volgens de Gemeenteniet

zullen

wet,

denken,

man

dat

moeten

toch

mij

toegeven,

het

dat

man burgemeester en de vrouw

de

geval

zich

laat

secretaris óf wel de

vrouw burgemeester is van eene zelfde gemeente. ook moeten toegeven, dat het hierbedoelde gevaar voor de gemeentebelangen nog wel zoo groot is als het gevaar, dat geponeerd is in de wet. Het gevaar bestaat namelijk, dat het gemeentebelang opgeofferd zal worden aan huiselijke belangen, indien de dignitarissen man en vrouw zijn, een gevaar, grooter nog dan wanneer zij broers of zwagers zijn, omdat de belangen van man en vrouw veel nauwer in elkander grijpen. Wat de heeren willen, komt dus hierop neer, dat de Gemeentewet wel zou waken voor het gemeentebelang, wanneer dat bedreigd wordt door een minder gevaar, maar niet tegen een gevaar Zij

secretaris en de

zullen dus

van veel ernstiger aard. In de tweede plaats

blijkt,

gelijk

reeds

vrouwen kan gedacht

is

aangegeven,

uit art.

97,

omdat volgens het tweede lid het gevaar voor de gemeentebelangen alleen geacht wordt opgeheven te zijn, wanneer de vrouw, die de zwagerschap veroorzaakte, is overleden. Op hun standpunt willen de geachte voorstellers dus alweer het absurde denkbeeld verdedigen, dat de Gemeentewet wèl zou zeggen, hoe de zwagerschap eindigt, wanneer een man was in officie, maar verzuimd zou hebben, te bepalen, hoe de zwagerschap zal eindigen, wanneer de vrouw in het ambt was. Men moet dan ook een van beiden aannemen, of dat een man als Thorbecke, die deze wet heeft gemaakt, eene dergelijke absurditeit in de Gemeentewet heeft geschreven en dat de toenmalige Volksvertegenwoordidat hier aan geen

ging zijn,

die

zijn,

eenvoudig heeft aangenomen, of wel, dat

dit

al

te

absurd zou

en dus, ex absurdo redeneerende, loyaal erkennen, dat de Gemeente-

wet, zooals

worden gewild,

Op

zij

daar

ligt,

de mogelijkheid, dat vrouwen zouden benoemd

tot de ambten, waarvan hier sprake maar haar door deze artikelen bepaald

dit laatste

is,

niet alleen niet heeft

heeft uitgesloten.

standpunt zich stellende, vraagt

men

mij wellicht:

Wat

kan het u dan voor belang inboezemen, dat de wet gewijzigd wordt? En: Als volgens u de tegenwoordige Gemeentewet in haar huidige

vrouw benoemd wordt, waarom woord „mannelijke" hier op te dan de zaak niet eenvoudig zooals zij was?

redactie reeds niet toelaat, dat er eene

komt gij dan met een nemen; waarom laat

Op de

voorstel, gij

om

het

den breede antwoorden, daar juist door heden gevoerde discussie mijn voorstel, meer dan ik vermoeden deze vragen

zal ik niet in

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 458

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's