Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 451

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 451

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

DE MISDADIGE WOELING. dan volle

zou

waarbij

zijn,

zulk

zelf

hij

Hoofd van dien Staat niet ten woord over te nemen, in strijd met het Staatswezen

willen vragen, of het

toch

ik

gerechtigd zou

Hadden

van

eene

449

Minister een

zijn

daad

als

doen gehad met een opstootje, met eene kleine plaatselijke beroering, dan zou zeer zeker in de Troonrede voor de qualificeering daarvan, zooals nu het geval was, geen plaats geweest zijn. Hier echter, waar het gold een aanslag op den Staat en op de maatschappij, zag de Regeering en zagen allen, die tot de Christelijke fletrisseerde.

behooren,

partijen

over

ons

er

wij

te

een

aanslag

in

op het

Waar

gezag.

ingesteld

land,

bij

de gratie Gods, ook

werd aande woorden

dat gezag openlijk

Hoofd van den" Staat op de lippen werden gelegd, waarbij dat bedrijf zedelijk werd geoordeeld. Geenszins heeft de Regeering uit het oog verloren, dat daardoor een gevoel van gekwetstheid kon onstaan in breeder kringen. Dit blijkt, ik merkte het reeds op, uit de Troonrede zelf. Onmiddellijk toch na de gewraakte passage volgt de verklaring van de zijde der Regeering, dat zij de arbeidersbeweging, in den breede genomen, waaruit deze woeling is voortgekomen, wel verre van afkeerig van haar te zijn, veeleer met

gevallen,

belette

niets,

dat aan

het

vreugde begroet.

Het is onzes inziens noodig geweest en met volle recht geschied, ook in de Troonrede dit zedelijk oordeel is uitgesproken.

dat

Bepaalde

zulk

zich

een Staatsstuk alleen

voor spreekt steeds over het verloopen geen

geweest

plaats

zijn;

maar jaar,

tot

het

de toekomst, dan zou er

eerste

deel der

en aangezien

in

Troonrede

het jongst ver-

loopen jaar ééne groote gebeurtenis op den voorgrond trad, één groot evenement aller harten heeft vervuld, daar zou die Troonrede onwaar

geweest

als

zijn,

Troonrede komt; en dat

geheel

zij

geheel van die zaak had gezwegen.

herhaal

Besluitende,

Mijnheer de Voorzitter, dat

ik,

alles

wat

in

de

ook de gewraakte uitdrukking, voor ónze rekening eindig daarom met nogmaals uitdrukkelijk te verklaren,

staat,

ik

het

Kabinet,

dat

alle

Ministers saam, ten volle de verant-

woordelijkheid voor die uitdrukking op zich nemen, en tevens verklaren,

haar

te

blijven

handhaven.

Handelingen,

Mijnheer

de

Voorzitter!

Het debat mag

niet gerekt.

blz.

54—57.

Daarom ook

woord. Allereerst eene enkele opmerking, naar aanleiding van hetgeen door mr. Troelstra over den Atjeh-oorlog Door hem werd het voorgesteld, alsof ik ooit in de Kamer is gezegd. mijnerzijds slechts een kort

29

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 451

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's