Parlementaire redevoeringen - pagina 648
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
646 In de
negende plaats
is
nogmaals
ter
sprake gekomen het plaatsgebrek
voor de kinderen, die de school moeten en kunnen bezoeken, maar geen school vinden, waar plaats voor hen is. De heer Roessingh is, als Drentenaar,
opgekomen. rijke hij
stap
de eerste
in
Emmen
Hij erkende, dat van de zijde der Regeering een belang-
was
deze gedaan
in
gaf toch
zooals zich begrijpen laat, voor
plaats,
te
verstaan,
dat
om
in orde te brengen, maar nog voor ongeveer 500 a Wij hebben uit andere opgaven
de zaak
er thans toch
600 kinderen plaatsruimte tekort is. gehoord, dat te Rotterdam, waar toch oorzaak kan zijn, zelfs een nog grooter
niet
de behoefte aan middelen
aantal kinderen de school niet
kan bezoeken.
Nu
gelieven
de geachte afgevaardigde en de andere leden, die hier-
over gesproken hebben, toch één ding te bedenken, nl. dat wij in de laatste jaren van twee zijden in deze een accres gekregen hebben. Voor-
van meerdere geboorten, maar dan toch van toeneming van de bevolking. Voorts een accres, veroorzaakt door de Leerplichtwet. Waar deze twee factoren te zamen werken,
eerst een accres, ik zal niet zeggen ten gevolge
van kinderen gekomen. nog een derde factor bij, namelijk de sterke immigratie van buiten af, bijna uitsluitend van personen, die zelf niets in de melk te brokken hebben en die dus de gemeentekas niet kunnen stijven. Waar nu zulke factoren samenwerken, kan de Rijksregeering niet anders doen dan in ruime mate geld disponibel stellen. Dit is geschied, en wanneer men daar ter plaatse tijdelijk al eens een toestand aantreft, die niet aan het ideaal beantwoordt, dan is dat eenvoudig te wijten aan zekere overmacht, waaraan op het oogenblik niets te doen valt. Zoo is het trouwens in tal van gemeenten. Wanneer ten gevolge van de Leerplichtwet en van andere factoren plotseling een 300 a 400 kinderen onder dak moeten gebracht worden, dan kan men niet in eens eene school uit den grond doen verrijzen. Het zou dan wel het meest gewenscht zijn, dat men tijdelijk eene hulploods zette. Wij hebben gehoord, dat van daar, waar zoo gehandeld is, ook klachten komen, maar ik meen, dat men zoo'n loods heel eenvoudig voor weinig kosten kan maken, waarmede men dan geholpen is. Waar ik kan, bevorder ik eene dergelijke handelwijze. Het geld voor zoo'n loods besteed, is volstrekt niet weggegooid. Wanneer er eenige jaren later een steenen gebouw komt, kan
daar
is
natuurlijk plotseling een sterke toevloed
Voor Emmen komt
er
men het materieel der Over Venlo heeft
loods nog zeer goed gebruiken.
Ketelaar en Nolens.
Ik zal mij niet in dit debat mengen.
altoos
zich
een
debat
ontwikkeld tusschen de heeren
Het
is
mij
aangenaam, wanneer twee afgevaardigden elkander beantwoorden;,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's