Parlementaire redevoeringen - pagina 470
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
:
ZITTING 1903—1904.
468 van
bedoeling
de
lijk
facultatief
volstrekt
dan
anders,
mijn
tegen
is
quo
te
den
geweest,
daarna gekomen
bedoeling
status
het
Regeering
zij
Daarop kan
maken.
obligatoir te
de
en dat
laten,
te
ik alleen
is
tot
zuiveringseed
pogingen
om hem
maar antwoorden,
dat dit
De Regeering bedoelt niets handhaven. En wanneer de geachte
ingaat.
van het amendement het eerste deel ervan willen afnemen enkel het tweede te handhaven, maar dan met de verklaring, dat bedoeld wordt eene facultatiefstelling, dan is er natuurlijk niets tegen,
voorstellers
om niet
woorden op te nemen. Maar wat de heeren voorstellers van het amendement bedoelen, is geheel iets anders. Zij verlangen wel degelijk, die
eene verandering
brengen
te
in
den bestaanden toestand, niettegenstaande
de Regeering heeft aangekondigd, deze zaak principieel aan de orde zullen stellen. Daartegen
Men
te
moet de Regeering zich met kracht verzetten.
dat ik in 1896, toen ik mij over de met eenigen klem op den voorgrond heb Ik heb gesteld, dat de overheid in deze weten moet, wat noodig is. het ingenomen — gelijk de heer Lohman zeer juist gezegd heeft utiliteitsstandpunt, n. 1. dat de eed alleen dan nuttig kan zijn en geoorloofd is, wanneer de overheid zonder eed, noch in het Staatsbestuur, noch in de jurisdictie, kan doen wat gedaan moet worden. Daarmede
herinnerd,
aan
er
heeft
heb
eedsquaestie
uitgelaten,
—
is
niet
in
de verklaring der Regeering, dat
strijd
onderzoeken en
men
Indien
haar geheelen
in
de zaak terdege
omvang aan de orde
wil stellen.
thans echter de Regeering wil pressen en haar toevoegt
toch willen wij, in afwachting van wat
brengen
andering
zij
in
gij
doen
zult,
reeds nu eene ver-
den bestaanden toestand, dan kan ik dat. uit anders opvatten, dan als eene verklaring van de
den aard der zaak
niet
Kamer,
deze de belofte van de Regeering niet vertrouwt, of
dat
zij
in
wel de vervulling daarvan
Wanneer men evenwel
niet wil afwachten.
zegt
:
gij
gaat niet consequent en niet rationeel
indien men zich op het standpunt van de heeren voorstellers van het amendement stelt, alsof het er om te doen was, de zaak thans te regelen, want dan is het zoo irratiote
werk, dan
is
dat
volkomen
juist,
Maar wanneer men de zaak niet wil inconsequent mogelijk. noch van regeling wenscht te onthouden, om het status quo te handhaven, dan is er van het inconsequente en irrationeele niets te bemerken, omdat handhaving van het status quo is het laten rusten van wat bestaat. Er is, in verband hiermede, tot mij gezegd, dat ik ten opzichte van neel
en
regelen,
de niet
ambtenaren juist.
van
den burgerlijken stand anders doe.
Wanneer de eed van de ambtenaren van den
Dit
is
echter
burgerlijken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's