Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 178
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
170
de Physica,
HIEROXYMUS ZANCHIUS.
Hfst. III. § 69.
2.
de theoloog er alleen mee
in zooverre
„quatenus Dei bonitatem
maiestatem praedicant"
et
deze grenslijn wordt terstond zwevend, doordien
te (p.
hij
doen heeft 219);
maar
er bijvoegt
„eo vero efficacius id praestant opera Dei, quo perfectius a nobis
cognoscuntur".
quae
hij
dan ook de conclusie
eam
atque
appellatur, a ïheologia
cpvoixï]
Om
waaruit
Iets,
philosophiam
apparet,
separandam non esse"
beter te doen uitkomen, poogt
dit te
dan
is
die,
de Schepping, reeds lang vóór
quod
etiam illa
attinet, tametsi
qua Moses, ab attendat,
diligenter
Aristoteles, prius a
beide
welke Mozes,
hem gevolgd
videbit
is
fuisse"
bij
9).
te
verhaal van
was.
alia esse videtur
est ... si quis tarnen
(p. 222).
quem
servavit
Dat niettemin
vaak tegenstrijdige uitspraken kwamen,
tot
beneveling der philosophie, zoodat
1
„Ad Methodum
naturae ordinem,
Mose servatum
(p. 2
den grond der
in zijn
prima fronte longe
qua Aristoteles usus
illa
„ita
dan ook aan
hij
toonen, dat de methode, die Aristoteles volgt, in
zaak geen andere
trekt:
quidem cumprimis partem,
ligt
aan de
geschil altoos Aristoteles
Mozes, nooit Mozes naar Aristoteles te corrigeeren zij. Geven daarentegen de philosofen (en hier ligt het opmerkelijke van Zanchius' standpunt) ons een voorstelling, die zich met die
naar
van Mozes wel gebruik
se
dan
is
het onze plicht, hiervan dankbaar
maken. „Ac proinde
te
quod cum
comperiatur, ita
laat rijmen,
habere, illud
si
quid in Philosophorum
libris
sacris literis, et sensu etiam, percipiatur
tanquam vocem divinam
in
natura et
per
Philosophos loquentem, amplectendum esse docemus. Veritas enim a (p.
quocumque 224).
De
dicatur
(inquit
Ambrosius) a Spiritu Sancto
eerst schijnbaar teruggezette philosophie
est"
wordt dus
nu op eens een soort vox diviua. „Iniuriam facit Deo, et in eum ingratus est, quicunque veram et certam Philosophiam contemnit, cum ea sit, ut dixi, singulare Dei donum." (p. 224). En alsnude
woord voegende, gaat hij in zijn Hexaémeron schier de geheele Physica, en wel aan de hand van Aristoteles, uiteenzetten. Hoe lofwaardig dus ook zijn toeleg zij, om den samenhang van daad
de
bij
het
Theologie
en hoezeer
hij
met de overige wetenschappen vast
te
houden,
terecht inzag, dat ook de overige creaturae buiten
den mensch ons
iets
omtrent
God
te leeren
hebben, en
in
verband
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's