Parlementaire redevoeringen - pagina 105
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
HET PALEIS TE AMSTERDAM.
103
Hoofdstuk V der Staatsbegrooting voor 1902: Het paleis te Amsterdam — Salarissen van ambtenaren ter provinciale griffiën — De Drankwet — Vaccinedwang — Krank=Benoeming en positie van Burgemeesters zinnigenverpleging — Kwakzalverij — De onderwijs-quaestïe — Hooger onderwijs — Subsidieering van de Bijzondere Gymnasia — Lager onderScholen voor wijs — De lieer Ter Laan als onderwijzer-Kamerlid achterlijke kinderen — Schoolbouw — Waarom wordt de Leerplichtwet De belangen van de arbeiders niet ingetrokken ? — Werking dier wet en den middenstand.
—
—
—
Vergadering van
Mijnheer
De
Voorzitter!
de
Regeering,
dat
zich
zij
de
in
De
heer
quaestie
domme gehouden
dusver van den
December
11
1901.
Stuers heeft gezegd van de
Hij heeft
heeft.
te
Amsterdam
niet
gezegd met
van het Paleis dit
oog op de heeren, die op dit oogenblik het Kabinet samenstellen, maar met het oog op vorige Ministers. Hij voegde er bij, dat, wanneer de Regeering gemaand werd van de zijde van de gemeente Amsterdam, geen ander antwoord gegeven kon worden dan het door de eerlijkheid De geachte afgevaardigde houde mij ten goede, dat ik gevorderde. het
meen, dat het hier
uit
laten
te
hebben.
Uit dat
echter,
zijn
geantwoord, gaarne
als
wanneer de
is,
mij thans over die quaestie
d fond
de stukken voor zich moeten
daarvoor
wat de geachte spreker mededeelde, blijkt Hij heeft zelf medegedeeld, dat is.
weinige, conclusie
onjuist
gedaan was en dat Willem I daarop had voor die schenking bedankte, maar het tijdelijk woning aannam, totdat het Rijk in staat zou zijn, een eigen dat
schenking
hij
voor den Koning
paleis
roeping
men zou
;
het
aanbod van
een
of
niet mijn
in
de hoofdstad
die quaestie aan de orde
toestand
Kroon waardig,
van in
te stichten.
kwam,
eerst
onze financiën ons
Amsterdam
te
doen
Daaruit volgt, dat,
moest uitgemaakt worden,
in staat stelde,
verrijzen.
een
paleis,
En daar de
der
toestand
van onze financiën steeds bedaarde en ernstige overweging vergt, klopt niet de conclusie van den geachten algevaardigde, als hij den
daarop eisch
stelt,
dadelijk eerst
dat,
zou
zoodra Amsterdam
moeten
zeggen:
gij
om
haar raadhuis vroeg, de Regeering
krijgt
onderzocht zou moeten worden,
het
Ik meen, dat dan
terug.
of voldaan
is
aan de indertijd
kan worden. De heer Heemskerk heeft zich meer of minder verblijd in hetgeen de heer De Stuers gezegd heeft. Hij heeft ook als zijn meening uitgestelde conditie, eer in deze beslist
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's