Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 189
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
bevorderen.
vormde,
Voorts stond
slagvaardig
Vandaar het
Hfst. III. § 71.
2.
en
hij
van
GIJSBERTUS VOETIUS.
er
dat de theologen, die
op,
alle
(8l
markten thuis zouden
hij
zijn.
gedurig dringen op strengheid van examina, op van publieke disputationes, en wetenschappelijke
zijn
houden
gezelschappen. Hij
zag het gevaar
in, dat de kerk bedreigde door de hoogere vlucht, die de philosophie sinds Cartesius nam, en begreep uitnemend, dat de Protestantsche Theologie, die in vrij onderzoek haar kracht zocht, op den duur het veld niet zou
kunnen behouden, zin,
haar beoefenaren uitblonken door edelen rijpe ontwikkeling en alzijdige geleerdheid. tenzij
Vooral drong Voetius er bij de godgeleerden op aan, dat hun theologisch standpunt als zoodanig zuiver en beslist zou zijn. Dit standpunt nu wees
hij hun aan in de Heilige Schrift, en die H. was voor hem een absoluut, zichzelf bewijzend phaeno-
Schrift
menon, dat elders
als
toeliet.
principium der geheele Theologie geen bewijs van „Dicimus, zoo liet hij zich uit in zijn Disputatio
quousque sese extendat autoritas Scripturae (Disp. Theol. torn. p. 29—47; Bibl. ref. ed. Kuyper. p. 10 seqq.), dicimus totam
I.
scripturam
esse
authenticam authentia historiae, hoc
est,
infalli-
bilem et fcónvwoTov veritatem per omnes et singulas ejus partes esse difFusam: ita ut scriptores
sed
dictante
ad rem
Spiritu
Sancto
non privato suo impulsu et libitu, omnes et singulas sententias quod
quod ad phrasim protulerunt, sive bonos describant bene gesta sive male". En voorts: „Quidquid sit, habemus scripturam integram, authenticam, canonicam, ut nunc est, illa hactenus proprio divinitatis et
sive malos, sive vere dicta sive falso, sive
suae lumine inter tot sectas in tam cimmeriis hujus mundi tenebris eluxit, et quia primum principium est, a priori hoc demonstrari
non
non magis quam lumen solis alio lumine collustrari, Sumuntur enim principia, non probantur. Quod
debet;
ut actu videatur. si
qui extranei a fide principia haec negent, hoc tantum ut
est, (p.
rationibus ipsorum refutatis ad
11).
En wat geen in
agendum
absurdum eos adigamus"
aangaat de verhouding en het verband tusschen hetprincipium Scripturae en uit het principium rationis
uit dit
onze
kennisse invloeit,
stelt
Voetius:
i
ö .
dat in onzen geest
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's