Parlementaire redevoeringen - pagina 253
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
;
DE NIEUWE KOERS.
251
Wij constateeren, dat er verschillende volksdeelen in het land zijn; dat daar ook is een zeer aanmerkelijk ik vraag niet of het meerderheid of minderheid Christelijk volksdeel dat dit volksdeel nog in abnormalen toestand verkeert en geen is gelijke rechten met de anderen bezit. Daarom is vooreerst de toeleg van Dat
is
de eerste plaats
in
dit.
—
—
;
Kabinet, aan dat volksdeel eene normale, eene gelijke positie met de
dit
andere volksdeelen
te
verschaffen, niet eene meerdere,
maar eene
gelijke.
onderwijs, —
ik behoef daarvan niets Wij willen dit doen in zake lager maar ook in zake middelbaar onderwijs, opdat ook de meer te zeggen jonge mannen en jonge dochters uit dat volksdeel zich zonder ergernis voor zich zelf of voor hun ouders kunnen bekwamen, om dan, veel meer dan tot dusver, ook op te treden in sociale en technische betrekkingen. Wij willen dat eindelijk doen voor het hooger onderwijs, omdat
—
,
naar onze overtuiging elk volksdeel zwak
een
wetenschappelijk
eenzijdig
staat, dat
monopolie,
verdrukt wordt door
en elk volksdeel met eene
tot zijn recht komt, wanneer wereldbeschouwing door eigen
eigen levens- en wereldbeschouwing eerst dan
wordt
het in staat
gesteld, die levens- en
kundige mannen, die dezelfde beginselen ontwikkeling In
te
brengen.
tweede
de
belijden, tot wetenschappelijke
plaats
is
het de toeleg der Regeering, de
demonische
op ons volksleven inwerken, te stuiten en zoo mogelijk te breken. Daartoe behooren de drankzucht, de speelzucht, de openlijke schending van de eerbaarheid, het neo-Malthusianisme, de pornographie maar ik zal hierop niet verder ingaan. In de derde plaats is het de toeleg der Regeering, in de wetgeving die vaste grondslagen, welke als invloeden,
die
resultaat
van de Christelijke
en
en
hier
daar
begonnen
traditie historisch in zijn,
losgewrongen
ons volksleven bestaan te
worden, zoo vast
te
leggen, dat èn wat het gezag, èn wat het huisgezin, èn wat het huwelijk,
weer vast worde datgene, waarop wij meenen, En eindelijk, in de dat in ons land behoort te worden voortgebouwd. laatste plaats, is het onze overtuiging, dat wij op dit oogenblik in een toestand van abnormale gisting en worsteling verkeeren, ten gevolge van de snelle toeneming en de beteekenis van het crediet, van het daardoor aangroeiend beginsel, van de macht der machine, van de gemakkelijke correspondentie met andere landen en van het sneller verkeer, waardoor allerlei invloeden op onze volkstoestanden inwerken, die, wanneer ze niet gestuit worden, er toe moeten leiden, den mensch te beschouwen èn wat de kerk
betreft,
feodaliteit van het geld in waardoor de menschheid wordt gedeprimeerd. Daar nu elk Christen belijdt, dat de mensch is geschapen naar Gods beeld,
als
een aanhangel der machine, en zoo eene
ons land
te
vestigen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's